Waarom / doel van de activiteit
Het doel is om zo snel mogelijk het gespannen touwtje door te branden door twee vuren te stoken die voldoende hitte geven. Het vuur mag het touwtje niet direct raken; het moet door de hitte verbranden.
Beschrijving van de activiteit
Voorbereiding
- De leiding graaft vooraf per team twee stookplekken, parallel aan elkaar, met ongeveer 40–60 cm afstand.
- Tussen de twee stookplekken wordt een touwtje strak gespannen, op ± 15–20 cm hoogte boven de grond.
- Controleer de omgeving op brandveiligheid (geen droog gras, voldoende afstand).
- Leg de hulptroepen klaar (of laat teams ze vooraf verdienen).
De leiding verzamelt de groep rond twee ondiepe kuilen die evenwijdig aan elkaar in de grond zijn gemaakt. Tussen de kuilen hangt een touwtje strak gespannen, laag boven de grond. De kinderen krijgen te horen dat dit touwtje hun doel is: het moet doorgebrand worden, en wel zo snel mogelijk. Niet door het vuur ertegenaan te houden, maar door de hitte van goed opgebouwde vuren aan beide kanten.
Voordat het spel begint, legt de leiding uit dat veiligheid voorop staat. Iedereen blijft rustig bewegen rond het vuur, lang haar wordt vastgemaakt en er staat altijd water of zand klaar om in te grijpen. Het touwtje is van natuurlijk materiaal, zodat het kan verbranden zonder schadelijke dampen.
De teams krijgen te horen dat ze mogen stoken zoals zij denken dat het het beste werkt. Ze mogen zelf bepalen hoe groot hun vuur wordt, welk hout ze gebruiken en wanneer ze hun eventuele hulptroepen inzetten. Deze hulptroepen kunnen helpen bij het aanmaken van het vuur, maar zijn beperkt en moeten dus slim gebruikt worden.
Dan volgt het startsein. Op dat moment verspreiden de kinderen zich om hout te sprokkelen. Ze zoeken naar geschikte takken, klein aanmaakhout en grotere stukken brandstof. Ondertussen wordt er overlegd: wie zoekt hout, wie bouwt het vuur op, wie steekt het aan? Al snel laaien de eerste vlammen op en stijgt de warmte tussen de kuilen.
De kinderen houden het touwtje scherp in de gaten. Ze zien hoe het langzaam donkerder wordt, begint te roken en uiteindelijk verzwakt. Sommige teams voegen extra hout toe, andere kiezen ervoor hun vuur juist luchtiger te maken zodat het heter brandt. De spanning stijgt terwijl de hitte voelbaar wordt.
Op het moment dat het touwtje doorschroeit en breekt, klinkt het eindsignaal. Het winnende team juicht, maar daarna is er tijd voor iedereen om samen rond de vuren te kijken. De leiding sluit af door te vragen wat goed werkte, wat minder goed ging en wat de kinderen geleerd hebben over vuur maken, samenwerken en plannen. Pas als alles is besproken, worden de vuren samen veilig gedoofd.
Variaties:
- teams tegen elkaar: touwtje van het ene team zit en zak water die het vuur van het andere team uit maakt.
- Zonder hulptroepen (puur natuur)
- Tijdslimiet: wie is het verst na 10 minuten?
- Thema-opdracht: vuur zoals “bosbrandveilig”, “regenachtig weer” of “noodvuur”
- Wedstrijdvorm: meerdere rondes, punten voor snelheid én techniek
Benodigd materiaal
- Een stookplek per team (in de grond gegraven of vuurkorven)
- Natuurlijke touwtjes (bijv. jute, hennep of sisal – geen synthetisch touw)
- Vuursteen/lucifers per team
- Emmer water of zand (veiligheid)
- Eventuele hulptroepen / jokers, bijv.:
- WC-papier
- Aanmaakblokje
- Stuk berkenbast
- Extra lucifers
- Extra minuut sprokkeltijd
- Stopwatch of timer
- Eventueel fluitje voor startsein
Veiligheid
- Lang haar vast, geen losse sjaals of synthetische kleding
- Altijd een emmer water of zand in de buurt
- Leiding houdt voortdurend toezicht
- Na afloop worden de vuren volledig gedoofd
Tips
- Gebruik geen synthetisch touw of wol om door te branden.
- Als je ziet dat een groepje niet vooruitkomt. geef ze dan bijv een aanmaakblokje meer.












