Waarom / doel van de activiteit
Sta stil bij de kloof tussen arm en rijk, zowel bij ons als op mondiaal vlak en vorm een aanzet voor actieplanning.
Beschrijving van de activiteit
Spot op het complot wil spelers doen stilstaan bij de kloof tussen arm en rijk, zowel bij ons als op mondiaal vlak en wil een aanzet vormen voor actieplanning. De spelstructuur is een eenvoudig alom gekende één tegen allen-opzet, waarbij de groep in zijn geheel uitgedaagd wordt om binnen een beperkte tijdsspanne een bepaald aantal opdrachten te volbrengen. Via de opdrachten kunnen de spelers materiaal (touw, balken en voorwerpen) bekomen om een netwerk te maken over de kloof. Het is aan de spelbegeleiding om te bepalen hoe uitgebreid het netwerk moet zijn om in de opdracht te slagen.
Omschrijving
De voltallige groep deelnemers wordt opgesplitst in groepjes die zichzelf organiseren om binnen de vooropgestelde tijdsspanne zoveel mogelijk voorwerpen te verzamelen om de kloof te overbruggen. Elke goed uitgevoerde opdracht is een voorwerp waard. Elke gezamenlijke opdracht, in de vorm van een kwis, is een balk waard. Een wekker, sirene of iets dergelijks geeft elk half uur het gezamenlijk moment aan. Deze tijdsindeling zorgt er voor dat de groepen genoodzaakt zijn uit te kijken welke opdracht(en) ze in tussentijd kunnen volbrengen (sommige opdrachten kun je namelijk niet zomaar stilleggen). De uitdaging is volbracht als over de kloof een netwerk gespannen is van een minimaal aantal touwen en een aantal balken. Dat kun je zelf bepalen afhankelijk van de grote van de groep, het aantal geselecteerde opdrachten en de duur van het spel.
Inkleding
Dit spel voor scouts is één spel van het grote spel 'Spot op het complot'. Naast 'Spot op het complot' zijn er nog twee andere verzamelingen van spelen: · Spring uit je vel (12 jarigen) · Kloving (+16-jarigen) De drie spelen zijn ontwikkeld in het kader van Worldshake met de bedoeling jeugd- en jongerengroepen gemakkelijk te hanteren spelmateriaal aan te reiken over de kloof tussen arm en rijk, over de verhouding tussen Noord en Zuid, over hoe jongeren en kinderen betrekken bij dit thema, kortom over Worldshake. Spel is een ideale invalshoek om kinderen en jongeren te motiveren om niet-vanzelfsprekende thema's aan te pakken.
Voorbereiding
- Kloof bouwen
- Opdrachtenfiches kopiëren + uitstallen op een tafel/bord (vastmaken op tafel zodat de groepen de opdrachten kunnen komen lezen, zo hoef je de fiches maar één keer te kopiëren)
- Materiaal voor opdrachten klaarleggen in de kloof
- Touw, voorwerpen en balken in de kloof leggen om deze te overbruggen.
Speluitleg
De deelnemers worden uitgedaagd om de kloof tussen arm en rijk binnen een bepaalde tijdsspanne te overbruggen. Om daarin te slagen, moeten ze in groepjes een aantal opdrachten uitvoeren. De opdrachtenreeks wordt elk half uur onderbroken voor een gezamenlijke opdracht. Het is aan de groep om een spelstrategie af te spreken en de aanpak te organiseren. Zij kunnen daarin ondersteund worden door de spelbegeleiders.
Slagen zij er in de kloof te dichten?
Het spel zelf
Verdeel de deelnemers in gelijke groepen van minstens 5, maximaal 10 personen per groep.
Na de inkleding en de speluitleg kiest elk groepje aan de tafel met fiches een eerste opdracht (rekening houdend met de onderbreking om het half uur voor de gezamenlijke activiteit).
De opdrachten staan op kaartjes. Deze kaartjes bevatten een land dat gelinkt is met de opdracht, een korte schets van de situatie daarginds, de opdracht zelf, het voorwerp dat bij de opdracht hoort, een richtlijn over het nodige aantal deelnemers en het materiaal dat nodig is bij de opdracht. De keuze van opdracht kan afhangen van de interesse in het land, het aantal deelnemers nodig per opdracht, binnen/buiten opdracht,
De machthebber is heerser over het spelmateriaal en om het nodige materiaal te verkrijgen moet de groep bij hem het land van de opdracht kunnen situeren door minstens 4 omliggende landen te noemen. De deelnemers mogen hiervoor gebruik maken van de wereldkaart.
Nu kunnen de groepjes starten met het volbrengen van de opdrachten. Het resultaat van de opdracht wordt beoordeeld door de machthebber. Als het volstaat krijgt de groep het voorwerp dat bij de opdracht hoort. Dit kunnen ze aan een touw vastmaken en over de kloof werpen.
Elk half uur klinkt het signaal van de machthebber, waarbij iedereen moet verzamelen voor een gezamenlijke opdracht. Ieder groepje zorgt ervoor dat ze het signaal kunnen horen. Als ze bijvoorbeeld bezig zijn met een opdracht op straat moeten ze het uur in het oog houden om op tijd terug te zijn (zoniet wordt hun een voorwerp weggenomen uit de kloof). Iedereen verzamelt ook al moeten ze hiervoor hun eigen opdracht stilleggen. De gezamenlijke opdrachten, steeds onder de vorm van een kwis, dienen specifiek om de kloof te overbruggen.
De gezamenlijke opdracht is een kwis die als volgt verloopt:
vooraf worden 2 terreinen afgebakend, een ja en een nee terrein. Er worden enkel ja/nee vragen gesteld en dit aan de voltallige groep. Om te antwoorden nemen de deelnemers plaats in het ja of nee vak. Enkel diegenen die juist antwoordden blijven meespelen voor de volgende vragen. De uitvallers kunnen hun collega's natuurlijk nog altijd met goede raad bijstaan.
Als na de hele reeks vragen de helft van het aantal deelnemers + 1 overblijft, krijgen de deelnemers een balk die ze over de kloof kunnen leggen. Bijvoorbeeld: een groep van 50 personen wint een balk als er minstens 26 mensen steeds juist hebben geantwoord. Nadien wordt de wekker opnieuw ingesteld op 30 minuten en werken de groepjes verder aan hun opdrachten.
Mogelijke variaties
Twee opdrachten uit de reeks mogen door de deelnemers gepast worden: ze mogen er slechts twee kiezen die ze niet zullen spelen.
Einde van het spel
Het spel stopt als de afgesproken tijd verlopen is (bijvoorbeeld 3 uur). Het aantal voorwerpen en balken wordt geteld. Indien er te weinig balken zijn kan men beslissen met de groep om voorwerpen in te ruilen voor een balk. Uiteindelijk is het spel geslaagd als er minstens balken zijn gelegd over de kloof, zodat de hele groep over de kloof heen kan lopen. Het aantal is te bepalen door de spelbegeleiding en is afhankelijk van de groepsgrootte, de spelduur,
Groepsopdrachten
De opdrachten worden onderverdeeld in verschillende domeinen:
- Vorming/onderwijs
- Conflict/oorlog
- Handel en economie
- Natuurelementen
- Bevolking
- Arbeid
- Gezondheid
Deze opdrachten zijn elk gelinkt aan één land. Het land moet eerst door het groepje gesitueerd worden op de wereldkaart door minstens 4 omringende landen te benoemen. Dan pas kan het groepje het nodige materiaal bekomen om de opdracht uit te voeren. De eigenlijke opdracht wordt ingeleid door kort de situatie van het land te schetsen. Dit gebeurt best door één van de spelbegeleiders. Kijk in de bijlage naar het bestand met de opdrachten.
De kwis
Deze vragen zijn groepsopdrachten (zie speluitleg). Elke vragenronde bestaat uit 3 vragen. Het terrein wordt in twee vakken gedeeld. Na elke vraag moeten de deelnemers zich in het vak zetten dat volgens hen lieert met het goede antwoord. De deelnemers die in het foute vak staan vallen af. Zij mogen tijdens die ronde waarin ze afgevallen zijn niet meer meedoen. Ze mogen hun collega's natuurlijk wel met raad en daad bijstaan. De groep wint als meer dan de helft van de groepsleden overblijft
Reek 1
- Bezitten 500 superrijken evenveel als ongeveer de helft van de wereldbevolking (3 miljard mensen)? Nee (antwoord: 225)
- Bezitten 10 rijkste families in Nederland meer dan 100 miljoen euro? Ja
- Leven er 1 miljoen mensen in Nederland in armoede (Nederland heeft 17 miljoen inwoners)? Nee (1,4 miljoen mensen )
Reeks 2
- Reclame heeft als bedoeling dat mensen steeds meer kopen. Ook zaken die ze eigenlijk niet echt nodig hebben. Ziet de gemiddelde Amerikaan gedurende zijn leven 150 000 reclamespots? (Probeer voor jezelf eerst eens uit te rekenen hoeveel reclamespots jij elke week ziet.) Ja
- Wordt er jaarlijks 300 000 ton olie in zee gedumpt? Nee (600 000 ton)
- Is Latijns Amerika het enige continent waar het poliovirus volledig is uitgeroeid? Ja
Reeks 3
- Zijn de 3 rijkste mensen even rijk als de 48 armste landen? Ja
- Leeft in de Verenigde Staten 10% van de bevolking onder de armoedegrens? Nee (17%)
- Is het aantal armen in Nederland in 10 jaar verdubbeld? Ja
Reeks 4
- Wordt er in West Europa jaarlijks 500 miljard euro aan ijsjes besteed? Nee (400 miljard)
- Wordt er wereldwijd jaarlijks bijna 29 000 miljard euro aan wapens besteed? Ja (28 860 BEF)
- Leven over de hele wereld 2 miljard mensen van 70 euro per dag? Nee (37 euro)
Reeks 5
- Is Latijns Amerika het enige continent waar het poliovirus volledig is uitgeroeid? Ja
- Is een jaarlijks 6 miljard euro voldoende om voor iedereen, overal ter wereld, onderwijs te voorzien? Ja
- Is 10 miljard het jaarlijkse bedrag dat in Europa en de V.S. aan dierenvoeding besteed wordt? Nee (17 miljard)
- Sterven de armste bevolkingsgroepen in de V.S. gemiddeld 30 tot 40 jaar vroeger dan de rijkste Noord Amerikanen? Ja
Reeks 6
Het is aan jullie om de vragenreeksen verder aan te vullen (afhankelijk van de duur van het spel).
Nabespreking, niet vanzelfsprekend
Een goed groepsgesprek met scouts is niet vanzelfsprekend. Toch vinden we het belangrijk om ook met deze leeftijdsgroep een spel 'na te bespreken', te verwerken. De nabespreking van een spel is de analyse van de spelervaring met als doel deze spelervaring om te zetten in een leerervaring. We leren allemaal van ervaringen die we dagelijks opdoen. Belangrijk is ervoor te zorgen dat de ervaring niet snel vergeten wordt. En dat kan door een goede 'reflectie' op de ervaring, samen met anderen. Nabespreken in fases We zetten enkele tips op een rij. Aan jullie om deze nabespreking concreet te maken en aan te passen aan de groep. Een goede nabespreking bestaat uit verschillende stappen:
- Stoom afblazen Laat de jongeren de mogelijkheid om hun eerste indrukken van het spel weer te geven. Dat kan heel eenvoudig zijn door bijvoorbeeld te vragen wat de spelers van het spel vonden, wat hun eerste indruk was. Als jongeren de mogelijkheid krijgen om stoom af te blazen, zijn ze meer geconcentreerd voor de volgende fases.
- Wat is er tijdens het spel gebeurd? Probeer zoveel mogelijk gegevens over het spel bij de verschillende deelnemers te verzamelen. Dat kan gaan over bepaalde gevoelens, confronterende situaties.
- De vergelijking met de realiteit Met deze stap kan je als begeleider de jongeren ertoe aanzetten om te discussiëren over de link tussen het spel en de realiteit. Je kan de deelnemers vragen om een mening te formuleren en hen vragen die mening te staven vanuit het spel. Breng het gesprek op gang door eventueel zelf een stelling te poneren en vraag aan de spelers om ze te staven of te verwerpen.
- Wat nu? Dit is een actieplanningsfase waarbij de deelnemers gaan nadenken over wat ze nu precies gaan doen of kunnen doen na het spelen van het spel. Vraag de spelers wat ze nu anders zouden doen of aanpakken. Is hun mening over bepaalde zaken gewijzigd?
Benodigd materiaal
- Tafels, stoelen en doeken om een kloof te bouwen (evt. sjorren; sjorhout)
- Wereldkaart/wereldbol
- Centraal een tafel waar opdrachten uitgestald liggen
- Fiches met opdrachten (bevatten situering van het land + materiaal voor opdracht)
- Wekker of grote klok
- Voorwerpen per opdracht (+ touw om de voorwerpen over de kloof te werpen)
- Materiaal voor de opdrachten
- Vragenfiches voor de kwis 2 banken of een touw om het ja/nee terrein af te bakenen (kwis)
- Balken (om de kloof te overbruggen)
- Merkteken om groepen te onderscheiden per groep
Tips
- Deze activiteit heeft betrekking op het duurzame ontwikkelingsdoel: Doel 1 Einde aan armoede, doel 2 Einde aan honger, en Doel 10 Minder ongelijkheid (tussen landen / regio's).
- Je kan ook ingaan op het interculturele aspect. Op de gelijkenissen en verschillen tussen mensen hier en elders in de wereld.
- Werk in kleine groepjes, waar elke jongere afzonderlijk voldoende aan bod kan komen.
- Een nabespreking hoeft niet lang te duren. Liever kort en goed: 10 à 15 minuten dan een slepende 30 minuten.
- Gebruik hulpmiddelen die het gesprek structureren en die de deelnemers stimuleren om naar elkaar te luisteren: een micro doorgeven - jongeren één voor één op de vraagstoel zetten - jongeren mogen iets zeggen vanuit een kijkkast (achterwerk in de kast)
- Je kan deze activiteit ook op nietverbale manieren naverwerken, via gerichte expressietechnieken:
- een verhaal beluisteren
- samen aan een grote tekening werken
- een kunstwerk uit klei optrekken






