maandag, 31 augustus 2015 02:00

Wie is de Mol goes international

Beoordeel dit item
(5 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

Speel 'Wie is de Mol' waarbij één saboteur de groep belemmert bij het uitvoeren van diverse opdrachten zoals vlaggen raden, plaatsnamen seinen en wereldwonderen onthouden.

Beschrijving van de activiteit

Naast de speelrondes voeren de deelnemers drie continuopdrachten uit: een herbarium maken, morseteksten vertalen en steeds één deelnemer geblinddoekt houden. Hiervoor krijgen ze geen extra tijd.

Het herbarium bevat 10 bomen, 10 struiken en 10 bloemen/planten, allemaal voorzien van hun naam. Correct inleveren tijdens de eerste stemronde levert 60 munten op; iedere stemronde later 10 minder, met een minimum van 0. Het herbarium moet vóór de finale ingeleverd zijn.

Tijdens iedere stemronde krijgt de groep een nieuwe morsetekst om te vertalen. Een correcte vertaling levert 10 munten op.

Gedurende het hele spel blijft steeds één deelnemer geblinddoekt. Wissel tijdens de stemrondes van drager. Deze opdracht levert aan het einde 60 munten op, verminderd met 10 munten per keer spieken of valsspelen, tot minimaal 0. Laat steeds iemand de geblinddoekte deelnemer begeleiden. Zet de blinddoek af als dit voor de veiligheid nodig is; daarvoor geldt geen puntenaftrek.

Als alternatief voor het herbarium kun je een knopenbord met 15 verschillende knopen en sjorringen laten maken. Je kunt de morseopdracht vervangen door semafoorzinnen vertalen; laat de deelnemers dan vooraf tussendoor het alfabet oefenen. Een morseseinsleutel bouwen en daarmee berichten seinen kan eveneens als alternatief dienen.

Voorbeelden van opdrachten

  • Het semafooralfabet van binnen naar buiten leren zodat 's avonds een willekeurige zin vertaald kan worden.
  • Een herbarium maken met 10 bomen, 10 struiken, 10 bloemen / planten en ze benoemen.
  • Een knopenbord maken met 15 verschillende knopen en sjorringen.
  • Een morse sein sleutel (versie 1 of versie 2) maken en hiermee een bericht kunnen seinen.

Stemronde

De stemrondes bestaan uit 2 verschillende onderdelen:

  • Onderdeel 1: Het uitbrengen van de stemmen. Dit gebeurt op een centrale plek waarbij de deelnemers door middel van briefjes in de pot hun verdachtmakingen bekend kunnen gaan maken.
  • Onderdeel 2: De stand van zaken bespreken van de continu opdrachten. Tijdens dit moment word er van blinddoek verwisseld, krijgen de deelnemers een tekst in morse voorgezet die ze moeten vertalen en mogen zij het herbarium inleveren voor munten. Bij de eerste stemronde krijgen ze nog 10 munten voor het herbarium / vertalen van de morse, bij stemronde 2 nog maar 9, stem ronde 3 nog maar 8 munten enz.
  • Tijdsduur: 15 minuten

Opdracht 1: Get the picture

Speel vier rondes binnen vijftien minuten. Per ronde omschrijft één deelnemer één vlag en proberen twee anderen deze te herkennen. De groep kiest voor iedere ronde de spelers; dezelfde deelnemers mogen opnieuw meedoen. Gebruik een babyfoon met eenrichtingsverkeer. Iedere goed geraden vlag levert 5 munten op, met een maximum van 20 munten.

Benodigdheden: 2 ruimtes (+ een derde ruimte voor diegene die wachten), munten (van de hoeveelheid te raden vlaggen), vlaggen en babyfoon.
Tijdsduur: 15 minuten.

Opdracht 2: Praat met je wederhelft

De kandidaten, die verspreid staan op verschillende centrale punten, moeten via morse, gebarentaal, marinevlaggen en het semafooralfabet plaatsnamen aan elkaar doorgeven. Als de laatste kandidaat uiteindelijk dezelfde plaatsnamen heeft als de eerste kandidaat is de opdracht geslaagd. Per goed antwoord 1 munt. De volgende namen worden gebruikt:

  1. Amsterdam; hoofdstad van Nederland.
  2. San Juan; hoofdsztad van Puerto Rico.
  3. Havanna; hoofdstad van Cuba.
  4. Belmopan; hoofdstad van Belize.
  5. Port au Prince; hoofdstad van Haïti.
  6. Santo domingo; hoofdstad van de Dominicaanse Republiek.
  7. Charlotte Amalie; hoofdstad van de Maagdeneilanden.
  8. Sucre; hoofdstad van Bolivia.
  9. Accra; hoofdstad van Ghana.
  10. Ndjamena; hoofdstad van de republiek Tsjaad.
  11. Bangui; hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek.
  12. Kinshasa; hoofdstad van de Democratische Republiek Congo.
  13. Bandar Seri Begawan; hoofdstad van het Aziatische sultanaat Brunei.
  14. Astana; hoofdstad van Kazachstan.
  15. Tbilisi; hoofdstad van Georgië.
  16. Naypyidaw; hoofdstad van Myanmar.
  17. Doha; hoofdstad van Qatar.
  18. Vaduz; hoofdstad van Liechtenstein.
  19. Andorra la Vella; hoofdstad van Andorra.
  20. Podgorica; hoofdstad van Montenegro.

Benodigdheden: kaartjes met plaatsnamen, morse, gebarentaal, marinevlaggen en het semafooralfabet.
Tijdsduur: 15 minuten.

Opdracht 3: Onthoud en be proud

Dit is een spel wat in tweeën is opgedeeld. Bij het eerste gedeelte liggen er een aantal bekende en minder bekende plekken van over de hele wereld op een bepaalde volgorde. Het is aan de deelnemers om te onthouden in welke volgorde de plaatjes liggen en ze moeten iets over de afbeelding kunnen vertellen. Bijvoorbeeld het eerste plaatje is het Vrijheidsbeeld de deelnemers moeten er het volgende over kunnen vertellen: Het Vrijheidsbeeld (Engels: Statue of Liberty) is een standbeeld in de New York Bay. Het staat symbool voor het welkom heten van iedereen: terugkerende Amerikanen, gasten en immigranten.

De deelnemers krijgen ongeveer vijf tot tien minuten om alle informatie in zich op te nemen. Hierna spelen zij spel vier. Spel vijf is de tweede helft van dit spel. Tijdens de vijftien minuten spelen ze de tweede ronde van onthoud en be proud (spel 5). Mede hierdoor zit er geen stemronde tussen spel 4 en spel 5.

Opdracht 4: Verleden heden en toekomst

De groep kan 40 munten verdienen met het spel Zestig seconden zand. Trek voor iedere volledige 15 seconden afwijking van de vijf minuten 1 munt af, tot minimaal 0. Tijdens het bouwen mag de groep een stopwatch gebruiken om het eigen systeem te testen. Neem die vóór de meting in.

Tijdsduur: 60 minuten bouwen, 5 minuten tijdlopen.

Opdracht 5: Onthoud en be proud deel 2

In dit gedeelte krijgen de deelnemers tien minuten om de volgorde van de plaatjes uit opdracht 3 goed te krijgen en de informatie te vertellen die bij de plaatjes stond. Voor elk plaatje op de goede plek krijgen ze 1 munt. Voor elk correcte toelichting krijgen ze ook weer een munt.

Tijdsduur: 15 minuten

Opdracht 6: Levende TomTom

In één van de vijf piñata’s zitten 10 extra munten; de overige bevatten snoep. Het eerste teruggekeerde team mag de piñata’s één voor één kapotslaan totdat het andere team terugkomt. Open de volgende pas wanneer de inhoud van de vorige is verzameld. Het snoep wordt na afloop samen gedeeld.

Tijdsduur: 45 minuten.

Opdracht 7: Wat is de langste zin

Elke kandidaat mag een bord uitzoeken met daarop 2 woorden (1 aan elke kand van het bord). Deze moet om de nek worden gehangen zodat er op de buik en op de rug een woord hangt (woord voorkant komt eerst). Door middel van handboeien kunnen de kandidaten zich aan elkaar vastketenen en zo een zin vormen. Hoe langer de zin, hoe meer punten er verdient kunnen worden.

De zin die we gebruiken is: 'Een Nederlander is op vakantie aan de West-Afrikaanse kust en ontdekt vlak bij zijn hotel een baai met kristalhelder water, omzoomd door rietkragen. Het is heet en hij heeft trek is een koele duik en vraagt aan een autochtoon: 'Zitten hier krokodillen?' Nee meneer, hier zijn geen krokodillen. Na deze geruststellende woorden geeft de Nederlander zich te water. Terwijl hij onbekommerd een paar baantjes door de baai zwemt, kijkt de autochtoon vanaf de kant belangstellend toe. Als de Nederlander het droge weer heeft opgezocht vraagt hij:'Waarom zitten hier eigenlijk geen krokodillen? die zijn er toch wel in dit land? Zegt de autochtoon:'Zeker, meneer, maar je vindt nooit een krokodil waar veel haaien voorkomen!' Zo lang de zin kloppend is krijgen ze 1 munt per 3 goede woorden.

Tijdsduur: 15 minuten

Opdracht 8: De finale

Tijdens de finale worden er drie soorten activiteiten achter elkaar / door elkaar gespeeld. Bij iedere spel kunnen de deelnemers zowel munten verliezen als winnen. De onderdelen zijn: fysiek (estafette) samenwerking (a frame race) en mentaal (puzzelen).

  • Het fysieke onderdeel: Dit is een estafette. Hiervoor moet de groep in 2 gelijke groepen verdeeld worden. Beide teams moeten 10 munten (uit gezamenlijke pot) op tafel leggen. Deze munten ze zo snel mogelijk over moeten brengen naar de tafels aan de andere kant van het veld dit gebeurt al balancerend op twee pennen. Op het veld staan pionnen waaromheen geslalomd word. Uiteindelijk moeten de munten met de pennen in de jampotjes gedaan worden. Dit moet binnen 5 minuten gebeuren. Als er aan het einde van het spel geen 10 munten liggen zijn ze alle munten kwijt, ligt alles er wel dan word het aantal verdubbeld.
  • Het samenwerken: De groep moet binnen 10 minuten een A-frame hebben gebouwd. Dit levert al 10 munten op, maar bij elke minuut die ze er langer over doen word er een munt in mindering gebracht. Daarna moeten ze het veld 2 keer over en weer met de A-frame. Lukt dat zonder onderweg de voeten aan de grond te zetten, dan krijgen ze wederom 10 munten. Redden ze het niet, dan moeten ze per keer dat de voeten aan de grond gaan 4 munten uit de pot aan betalen.
  • Mentaal: Hierbij krijgen ze 3 minuten per raadsel. Antwoord goed is 2 munten in de pot, geen antwoord of fout antwoord is 2 munten uit de pot. Ze krijgen 1 minuut per raadsel om na te denken.
    1. Ik heb gaten in mijn onder- en bovenkant, mijn linker- en rechterkant, en in het midden. Toch houd ik water vast. Wat ben ik? Een spons.
    2. Wat wordt natter en natter des te meer het droogt? Een handdoek.
    3. Je gooit de buitenkant weg en je kookt of bakt de binnenkant. Dan eet je de buitenkant en gooi je de binnenkant weg. Wat heb je gegeten? Een kip.
    4. Wat gaat er een trap omhoog en omlaag zonder te bewegen? Een tapijt.
    5. Wat gaat de hele wereld rond, maar blijft altijd in een hoekje? Een postzegel.
    6. Geef me eten en ik zal leven. Geef me water en ik zal sterven. Wat ben ik? Vuur.
    7. Gooi mij over het hoogste gebouw en ik zal niet breken. Maar leg mij in de oceaan en dit gebeurt wel. Wat ben ik? Een tissue.
    8. Wat heeft 6 benen, 2 hoofden, 4 oren, 2 handen, maar loopt op 4 voeten? Een paard met berijder.
    9. Hoeveel kanten heeft een bal? Twee: een binnenkant en een buitenkant.
    10. Je ziet het, maar het bestaat eigenlijk niet. Wat is het? Je spiegelbeeld.
    11. Wat gaat steeds meer omhoog, maar komt nooit meer naar beneden? Je leeftijd.
    12. Wat wordt groter terwijl het minder wordt? Een gat in je sok.
    13. Als je 20 bananen in je linkerhand hebt en 30 in je rechterhand, wat heb je dan? Grote handen.
    14. Wat is het meervoud van auto? File.
    15. Wat heeft 21 ogen, maar kan niets zien? Een dobbelsteen.

Als ze volledig alle opdrachten van het finale spel worden gehaald dan behalen ze geen 40 munten maar 80.
Tijdsduur: 45 minuten

Benodigd materiaal

Voor de stemronde

  • Pen en papier
  • Videocamera
  • 7x zinnen voor continu morse opdracht
  • Morsealfabet
  • Blinddoek voor continu geblinddoekte opdracht
  • Plantenboeken voor continu herbarium opdracht
  • Bel
  • Touw / hout / plank / lijm voor continuopdracht knopenbord

Spel 1

  • 40 munten
  • 3 verschillende speelruimten
  • Portofoons
  • Uitgeprinte vlaggen x 2 (bijvoorkeur vlaggen die veel op elkaar lijken)

Spel 2

Spel 3

  • Foto’s van bekende plekken over de gehele wereld met omschrijvingen van deze plekken
  • Plakband

Spel 4

  • 40 munten
  • Stopwatch (tijdelijk tot einde van de bouwtijd)
  • Stokje en zonnewijzer
  • Zand
  • Plastic wegwerpflessen
  • Plakband
  • Papier
  • Verschillende formaten kartonnen doosjes
  • Kaarsen
  • Lucifers of aanstekers
  • Pennen of stiften
  • Papier
  • Bel

Spel 5

  • 40 munten
  • Foto’s van bekende plekken over de gehele wereld (uit spel 3)

Spel 6

  • 40 munten
  • 3 portofoons die op hetzelfde kanaal staan, bijvoorkeur met een bereik van 10 km
  • 6 omschrijvingen die plekken in de omgeving aanduiden
  • Pionierhout van verschillende afmetingen
  • Pioniertouw
  • Bol sisal
  • 5 piñata’s, waarvan één met 5 munten en de overige met snoep gevuld
  • Slagstok

Spel 7

  • 40 munten
  • Borden met woorden van de mop aan beide kanten beschreven
  • Sisaltouw

Finale spel

  • 80 munten
  • Tafel
  • 2 pennen
  • Pionnen
  • 2x jampotjes
  • 2x 3m palen
  • 2m paal
  • 7x touwen

Tips

  • Speel dit spel met een grote groep; vanaf 20 deelnemers wordt het verdenken van de Mol lastiger en spannender.
  • Zet alle opdrachten vooraf klaar, zodat de speelrondes vlot op elkaar aansluiten.
  • Werk bij voorkeur met twee begeleiders: één begeleidt de stemronde, terwijl de ander de volgende opdracht klaarzet.
  • Gebruik een bel en een vaste verzamelplek om iedere ronde duidelijk te starten en af te sluiten.
  • Maak de stemrondes extra spannend met aankleding, muziek of een korte ceremonie.
  • Film korte momenten tijdens het spel en kijk deze later terug tijdens een reünie of evaluatie.
  • Gebruik nepgeld in plaats van munten als je het spel meer in de sfeer van het televisieprogramma wilt brengen.
  • Welke internationale opdrachten hebben jullie aan dit molspel toegevoegd? Plaats onderaan deze activiteit een reactie met jullie aanvulling.
  • Speel rond Halloween de variant Wie is de plaaggeest?

Aanvullende informatie

Lees 19376 keer Laatst aangepast op dinsdag, 20 oktober 2026 07:37
Log in om reacties te plaatsen