maandag, 31 augustus 2015 02:00

Overleven: roofdier en prooi

Beoordeel dit item
(2 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

Door middel van dit spel kun je de jeugdleden kennis laten maken met de beginselen van de ecologie en de voedselketen.

Beschrijving van de activiteit

Dit is een ingewikkeld spel, maar zeer de moeite waard omdat je je jeugdleden hiermee kennis kunt laten maken met de beginselen van de ecologie en de voedselketen. Deze beschrijving is gemaakt voor 31 spelers. Als je een ander aantal spelers hebt, probeer dan de verhoudingen in de verschillende dieren gelijk te houden.

Voorbereiding

Het speelveld mag zo groot als mogelijk zijn. Over het speelveld verdeel je de 5 waterplekken en de 5 voedselplekken, waarvan minimaal 2 plekken zeer moeilijk te vinden zijn. Wijs 18 spelers aan als herbivoor, 6 spelers als omnivoor en 2 spelers als carnivoor. Gebruik gezichtsverf om duidelijk te maken wie welk dier is (herbivoor = groen, omnivoor = bruin en carnivoor = rood). Zorg ervoor dat naast deze dieren er nog 5 spelers overblijven. Zij krijgen later een andere rol in het spel.

De ‘dieren’ krijgen elk een levenskaart, waarop elke speler kan zien hoeveel levens hij nog heeft. Herbivoren krijgen elk een kaart met daarop 10 levens, omnivoren krijgen 5 levens en carnivoren krijgen 2 levens. Naast hun levenskaart, krijgt elke speler een witte kaart, om te bewijzen dat ze de water-en voedselplekken gevonden hebben. De omnivoren en carnivoren krijgen daarnaast ook een stift mee waarmee ze levens kunnen aftekenen.

Voordat je het spel gaat spelen, bespreek je de relatie tussen de herbivoren (planteters), omnivoren (alleseters) en carnivoren (vleeseters). Bespreek ook een aantal mogelijke strategieën die de drie verschillende soorten dieren gebruiken om te overleven in de natuur.

Het spel

Dit is een overlevingsspel. Het is dan ook het doel om aan het eind van het spel nog in leven te zijn. Elk type dier (herbivoor, omnivoor en carnivoor) heeft andere behoeften waaraan voldaan moet worden om te kunnen overleven. Stuur als eerste de herbivoren het speelveld in en geef ze minimaal tien minuten voorsprong op de anderen. De herbivoren moeten alle water- en voedselplekken vinden om te overleven. Vervolgens stuur je de omnivoren het speelveld in. Zij moeten alle waterplekken en ten minste twee voedselplekken vinden en daarnaast moeten zij minimaal drie herbivoren vangen om te overleven. Daarna worden de carnivoren het speelveld ingestuurd. Zij moeten alle waterplekken vinden en minimaal acht dieren vangen (herbi- of omnivoren). Een dier wordt gevangen door hem te tikken. Vervolgens wordt er een leven afgetekend op zijn kaart.

Op dit punt in het spel heb je nog vijf spelers over. Vier ervan stuur je het speelveld in als vuur, overstroming, hongersnood en kou. Zij kunnen elk dier tikken en één leven per keer ontnemen. Hun doel is om zoveel mogelijk dieren te doden. De laatste speler krijgt een waterpistool mee en gaat als mens het speelveld in. De mens kan op elk dier jagen en hoeft het dier niet per se te tikken om het te vangen. Als hij het dier kan raken met water uit het waterpistool, is het dier gevangen. De mens kan een dier zoveel levens afpakken als hij wil, op het laatste leven na.

Wanneer een dier geen levens meer heeft, is hij uit het spel en keert terug naar het beginpunt. Laat het spel minstens een uur doorgaan en als het kan langer. Aan het eind haal je iedereen bij elkaar en bespreek je welke verschillende strategieën er door de spelers gebruikt zijn om te overleven. En of je deze kunt vergelijken met wat dieren daadwerkelijk doen.

Voorbereidingstijd

Je bent ongeveer een half uur bezig om het speelveld in te richten en de materialen klaar te leggen. Daarnaast moet je er wel voor zorgen dat alle materialen aangeschaft of gemaakt zijn.

Benodigd materiaal

  • Achttien groene kaarten met daarop 10 ‘levens’ (voor de herbivoren).
  • Zes bruine kaarten met daarop 5 ‘levens’ (voor de omnivoren).
  • Twee rode kaarten met daarop 2 ‘levens’ (voor de carnivoren).
  • Dertien stiften om de levens af te strepen.
  • Tien kartonnen bordjes met daaraan vast elk een ander kleur krijtje (5x water en 5x voedsel).
  • Genoeg witte kaartjes (26).
  • Waterpistool.
  • Bruine, groene en rode gezichtsverf/schmink.

Tips

  • Je kunt ook nog een speler als hondsdolheid of ziekte toevoegen. Deze speler krijgt een aantal gele kaarten mee. Wanneer ze een dier tikt, streept ze een leven af en geeft het een gele kaart. Wanneer het geïnfecteerde dier een ander dier tikt, mag hij twee levens afnemen en geeft hij de gele kaart door. Omgekeerd, als het geïnfecteerde dier door een ander dier getikt wordt, mag hij een leven van de tikker afpakken en geeft hij de gele kaart door. Als het spel is afgelopen, kun je ook nog bespreken welk effect een ziekte heeft op dieren.
  • Een manier om het spel echt ingewikkeld te maken, is door alle dieren een naam te geven. Bijvoorbeeld bij de herbivoren herten, konijnen, eekhoorns, bij de omnivoren wasberen, stinkdieren, beren en bij de carnivoren wolven, leeuwen, uilen. Als onderdeel van het spel moeten de dieren hun soortgenootje vinden en een soort van ‘voortplantingskaart’ uitwisselen. In de discussie achteraf kun je dan de risico’s en gevaren bespreken die dieren tegenkomen in het wild als ze op zoek gaan naar een soortgenoot om mee voor te planten.
  • Deze activiteit is geschikt voor het thema "Land" van de Nature Award.
  • Deze activiteit heeft betrekking op het duurzame ontwikkelingsdoel: Doel 12 Duurzame consumptie en productie.
Lees 10783 keer Laatst aangepast op zondag, 06 februari 2022 15:04
Log in om reacties te plaatsen