maandag, 31 augustus 2015 02:00

Anansi bezig in Haveli

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

Scouting is een wereldwijde beweging en daar horen internationale contacten en activiteiten bij. Scouting Nederland heeft hiervoor sinds maart 2010 een partnership met de Ghana Girl Guides Association (GGGA) en de Ghana Scout Association (GSA). Dit partnership biedt vijf jaar lang prachtige mogelijkheden voor uitwisselingen tussen Nederlandse en Ghanese Scouts en Guides.

“Wie had er ook alweer die cassettebandjes?” Vraagt Shanti. “Die wat?”, antwoord Mor. “Dat zijn van die kleine plastic doosjes waar een lint in zit”, zegt Shanti: “Daar kun je geluid op opslaan. Ik ken wel iemand in het dorp die een cassettespeler heeft, dan kunnen we luisteren wat erop staat.” “Dat lijkt me erg interessant”, zegt Mowgli: “Ik denk dat Kaa ze in zijn staart heeft”. Wanneer ze de bandjes afspelen horen ze allemaal geluiden die van een hele drukke markt af komen.

Beschrijving van de activiteit

1. Op de markt

Materiaal: afbeeldingen en info uit [[Bestand:Anansi_in_Haveli.pdf|bijlage]], afzetlint, paaltjes, geluidsdragers met geluidopnames (zie bijlage), (thee) doeken om mee af te dekken, touwtjes met foto’s /herkenbare logo’s van locale winkels/dienstverleners (als lange halsketting), “Ghanese” marktvoorwerpen/afval ter aankleding en als herkenningspunten.


“Whaa!” Shanti en Mowgli schrikken zich een hoedje als Mang ineens voor ze opduikt. “Sorry,” zegt Mang. “Met mijn goede oren hoorde ik van ver het gerammel van al die spulletjes die jullie bij je hebben en ik werd nieuwsgierig.” “Heb je ons alleen gevonden door naar dat gerammel te luisteren?,” vraagt Mowgli verbaasd. Shanti kijkt ondertussen naar een foto met heel veel mensen er op. “Zoveel mensen heb ik nog nooit bij elkaar gezien!,” zegt ze. “En die markt lijkt wel groter dan heel Haveli bij elkaar! Hoe vind je daar ooit je weg?” “Misschien gebruiken ze wel hun oren, net als ik,” zegt Mang. “Zullen we het hier in Haveli eens in het klein proberen?”

In het land waar de spullen vandaan komen, moeten kinderen hun ouders vaak helpen in het huishouden. Zo gaan ze bijvoorbeeld naar de markt. De markten zijn daar heel groot, met erg smalle paadjes tussen de kramen. Om op te vallen, maakt iedere verkoper zijn eigen geluid. Kunnen de welpen hun weg leren vinden op de markt, om zo later mensen te kunnen helpen?

Maak door afzetlint tussen paaltjes of bomen te spannen een “markt” met smalle paadjes van ongeveer een halve meter breed. Verspreid over de “markt” bevinden zich doeken met een geluidsdrager er onder (zie voorbeeldplattegrond onder). Uit elke geluidsdrager klinkt een vooraf opgenomen geluid, zoals een bepaalde Ghanese verkoper dat zou maken (zie bijlage).
De welpen worden eerst in tweetallen verdeeld (een oude welp bij een jonge welp, zie tips bij oneven aantal). Ieder tweetal krijgt een afbeelding van een Ghanese marktkraam, met een uitleg erbij wat voor geluid deze persoon maakt. Vervolgens moet ieder via de paadjes zijn of haar eigen “kraam” zien te vinden. Als het tweetal op de juiste plaats is, moeten ze hun hand opsteken. De leiding komt naar ze toe om te controleren. Als de welpen goed staan, zet de leiding het geluid uit. De leiding geeft het tweetal de opdracht om de afbeelding onder de doek achter te laten, via de paadjes terug naar het begin te lopen en daarbij goed de weg te onthouden.

Als alle tweetallen terug zijn, vertelt de leiding dat de mensen op de markt ziek zijn geworden. Hun familie die in Nederland woont en hetzelfde werk doet, gaat naar het land om hen te helpen. Van ieder tweetal krijgt de jongste een foto/logo van een locale winkel/dienstverlener om zijn nek (één die niet hoort bij de Ghanese versie die hij of zij net heeft opgezocht). De oudste van ieder tweetal zoekt nu de afbeelding op die hoort bij de Ghanese versie die hij of zij net heeft opgezocht. Hij of zij moet de jonge welp die deze afbeelding om zijn nek heeft bij de hand nemen en zo snel mogelijk naar de juiste plek brengen.

Tips/aandachtspunten

  • Maak uitdagende routes, maar maak er niet een té ingewikkeld doolhof van. Zorg bij kruispunten voor herkenningspunten (kleur, voorwerpen, etc)
  • Zorg uiteraard dat de paaltjes voldoende stevig staan en niet gelijk omvallen als een welp achter het lint blijft haken.
  • Bij een oneven aantal welpen gaat één welp de eerste ronde alleen op zoek. Bij de tweede ronde krijgt één tweetal allebei een afbeelding om de nek: de oudste krijgt de afbeelding om zijn of haar nek die hoort bij wat diegene in de eerste ronde zelf heeft gezocht. Hij of zij moet dan alleen de weg weer terugvinden. De jongste van het tweetal krijgt de afbeelding die hoort bij de welp die de eerste ronde alleen heeft gedaan, die wordt dan zijn of haar gids.
  • Maak duidelijk dat het geen wedstrijd (onderling) is en dat het er vooral om gaat dat iedereen zo snel mogelijk op de goede plek is en de terugweg onthoudt.
  • Laat de welpen voor de verdeling op volgorde van lengte staan. De uiteindes van de rij vormen dan telkens samen een tweetal.


2. Aan de verkeerde kant van de zee.

Materiaal: gelamineerde afbeeldingen van cultureel erfgoed (zie weblinks onder), afbeeldingen uit bijlage, vier prikborden/grote stukken karton, punaises/magneetjes, twee badbootjes, lang pioniertouw, opblaasbadje met water.

“Wat zou er op die twee grote rollen papier staan?,” vraagt Shanti zich af. Mowgli en Shanti rollen ieder één papier af. Er komen allemaal foto’s en kaartjes uit gevallen. Dan komt Chil aanvliegen. “Hee, dat lijken wel landkaarten,” zegt hij, terwijl hij naast zijn vrienden neerstrijkt. “Zo zien landen er ook uit van hoog in de lucht. Het ene land is Nederland, daar kom ik wel eens. Het andere lijkt me een land in Afrika, maar de naam weet ik niet precies.” “Wat staat er op al die plaatjes?,” vraagt Mowgli zich af. “Ieder land heeft bijzondere gebouwen of plaatsen waar veel mensen naartoe gaan en foto’s van maken,” zegt Chil. “Een aantal plaatjes herken ik van Nederland, dus de foto’s hoorden vast bij die landkaarten. Maar nu is alles een beetje door de war geraakt… Zullen we samen kijken of we ze een beetje op de goede plaats kunnen krijgen?”

De welpen worden in twee teams verdeeld. Voor ieder team is er een prikbord met daarop de kaart van Nederland. Op de juiste locaties op de kaart staan namen van bekende monumenten en trekpleisters. Op iedere locatie hangt ook een afbeelding, maar niet die van het bewuste object. Het zijn afbeeldingen van vergelijkbare bezienswaardigheden uit Ghana. Aan de andere kant van een met water gevuld opblaasbadje is er voor ieder team een kaart van Ghana met daarop juist afbeeldingen van de objecten uit Nederland. Om elke kaart is een cirkel getrokken. Hier moeten de teamleden binnen blijven. Over het opblaasbadje ligt voor ieder team een lang touw waar in het midden een badbootje aan is bevestigd.
De ene helft van een team start bij de Ghanese kaart, de andere helft bij de Nederlandse kaart. De groepjes kunnen steeds om de beurt het bootje aan het touw naar zich toe halen. Er mag één afbeelding per keer met het bootje naar het andere land worden verscheept om met de bijbehorende afbeelding te verwisselen. Het spel is voorbij als alle afbeeldingen op de juiste plek hangen/liggen. Welk team heeft dit als eerste voor elkaar? -

Lijst van Nederlandse en Ghanese objecten


Tips/aandachtspunten

  • Vertel de welpen hun uiteinde van het touw altijd goed bij zich houden, ook als het bootje naar de andere kant wordt getrokken. De welpen moeten bovendien opletten dat het bootje op het water en recht blijft, zodat de afbeeldingen niet in het water vallen.
  • Als in de regio belangrijk cultureel erfgoed aanwezig is dat vergelijkbaar is met een Ghanees object, is het leuk om daar een afbeelding van te gebruiken in plaats van de (standaard) Nederlandse versie.
  • Wanneer er bestuurbare bootjes beschikbaar zijn, is dat een stoer alternatief voor de badbootjes, vooral als er natuurlijk water aanwezig is om in plaats van een opblaasbadje over te varen (de teamleden kunnen dan best een stuk uit elkaar aan dezelfde oever staan. Houd dan wel rekening met welpen die mogelijk geen zwemdiploma hebben…).

3. Familiereünie

Materiaal: in drieën geknipte, gelamineerde afbeeldingen (één voor elk groepslid, zie onder), veel hoepels/ antislipmatjes/cirkels van touw (minstens 3x het maximum aantal groepsleden).

“Hee Hathi!,” roept Mowgli. “Jij weet veel over wat er vroeger gebeurd is. Kun jij ons iets over deze oude plaatjes vertellen?” Maar als hij Hathi de stapel met plaatjes wil laten zien, dwarrelen er allemaal stukjes uit. “Oh,” zegt Shanti beteuterd, “er zijn er een paar kapot gegaan.” “Familiefoto’s uit een Afrikaans land,” zegt Hathi met een zucht. “Wist je dat daar vroeger echt families werden “verscheurd”? Ze werden meegenomen, uit elkaar gehaald en over de hele wereld verkocht om voor rijke mensen te werken. Gelukkig kan dat nu niet meer. Toen het verboden werd, gingen mensen natuurlijk hun familie weer opzoeken, maar dat viel lang niet mee…”

Een aantal foto’s van Ghanese families zijn zo in drie stukken geknipt dat op ieder “puzzelstuk” minstens één familielid staat. Iedere welp krijgt drie stukken van verschillende foto’s. De welpen gaan samen proberen om de families weer bij elkaar te brengen.
In het speelveld liggen een aantal zich kruisende paden van hoepels (zie voorbeeld onder). Iedere welp begint in een willekeurige hoepel, minstens twee hoepels bij de anderen vandaan. Na het startsein moeten de welpen naar elkaar toe gaan om de stukken foto met elkaar te ruilen. Ze mogen zich alleen via de hoepels bewegen. Wie buiten een hoepel stapt, gaat naar het uiteinde van een “pad” en moet daar tot twintig tellen voor hij of zij weer mag bewegen. Er mag per keer één stuk worden geruild. Twee welpen die elkaar passeren mogen er ook voor kiezen om niets te ruilen, maar als één van de twee wel wilt ruilen, is de ander verplicht om hierin mee te gaan.
Er mogen zich nooit drie welpen in één hoepel bevinden, ook niet om te passeren. Als het wel gebeurt, verwisselt de leiding de stukken van de betreffende drie welpen zo ongunstig mogelijk. Degene die er als laatste bij kwam, wordt behandeld alsof hij of zij buiten een hoepel stapte. Het spel is voorbij als alle families compleet zijn.

Links naar afbeeldingen families

 Voorbeeld speelbord spinnenweb


Tips/aandachtspunten

  • Maak duidelijk dat het doel is om samen zo snel mogelijk alle families bij elkaar te krijgen. Het is geen wedstrijd wie als eerste een familie bij elkaar heeft.
  • Als een groep al heel snel families bij elkaar heeft, kan je het moeilijker maken door te verplichten om te ruilen zodra welpen zich bij elkaar in een hoepel bevinden (dus ook als complete sets hierdoor moeten worden verbroken) De welpen mogen dan dus niet meer langs elkaar heen zonder te ruilen. Ze mogen ook niet gelijk met dezelfde persoon terugruilen, maar moeten eerst nog weer met een ander ruilen.


4. Vul die buiken!
Materiaal: Algemeen: bord met de spelregels, kralenketting (0,5x aantal groepsleden lengte moet een volledig opgeblazen “buik” strak omsluiten), tafel, voorraadbakken/emmers (5x), (bal)luchtpomp, “kinderen met opblaasbare buik” (bijv. strandbal/knuppel/etc. voor de buik, stevig hout/karton of grote poppen voor de rest van het lijf) . Geit melken: bord met te ondernemen stappen, hooi, geit van karton, maatbeker, latex handschoenen (minstens 1 per deelnemer, evt. al gevuld met water), naald/prikpen. Vis vangen: grote bak water/opblaasbadje, schepnetjes (2x), pingpongballetjes met visjes erop getekend (watervaste stift, 1,5x aantal groepsleden), tennisballen (0,5x aantal groepsleden). Fruit oogsten: bord met te ondernemen stappen, “boom” van karton (2x), gelamineerde plaatjes van rijpe (20x) en onrijpe tros bananen (20x), klitteband/haakjes om afbeeldingen aan te hangen. Brood bakken: bord met te ondernemen stappen, bruine klei, stevige emmer, honkbalknuppel/breed stuk hout/bezemsteel, doorzichtige plastic bak, kookwekker.

Shanti heeft tussen de spulletjes een lange kralenketting gevonden en om haar nek gedaan. Hij komt helemaal tot haar benen. Dan komt Baloe aanlopen met een paar lekkere bananen. “Ik hoorde jullie magen knorren van diep uit de jungle,” zegt hij lachend. “Het is belangrijk om goed te eten,” gaat Baloe verder, “Mooie ketting, trouwens. Maar is hij niet een beetje lang?” “Ik denk niet dat hij om je nek hoort,” klinkt een stem uit de bosjes. Bagheera komt tevoorschijn. “Toen ik bij de mensen woonde, zag ik dat de mensen goed in de gaten houden of de kinderen wel goed eten en groeien. Daarvoor gaan ze naar de dokter en vaak op de weegschaal. Ik hoorde ook dat er in sommige landen niet veel weegschalen en dokters zijn. In één land is daar een slim trucje voor bedacht: ze doen bij de kleine kinderen kettingen om hun buik. Zolang die kralenketting blijft hangen, heeft het kind genoeg te eten. Als de kralenketting veel te wijd is en van de billen af zakt, eet het kind te weinig.” “Nou, ik denk dat dat bij mij niet zal gebeuren,” grinnikt Baloe. Bagheera lacht. “Jij komt inderdaad niets te kort, maar in dat land moeten mensen soms hard werken om aan hun eten te komen. Ze helpen elkaar om de kinderen genoeg eten te kunnen geven. Ook de oudere kinderen helpen mee. En dan bedoel ik niet boodschappen halen in de supermarkt…”

De welpen hebben per twee één “klein kind” met een opblaasbaar kussen, een opblaasbare knuppel of wat voor handen is als romp (zie onder voor verdere omschrijving). Om de romp zit losjes een kralenketting (hij zakt net niet af). Het is de bedoeling dat de welpen er als groep voor zorgen dat bij alle “kinderen” de kralenketting om het lijf blijft zitten en het liefst zo strak mogelijk zit. De leiding laat namelijk elke twee minuten wat lucht weglopen. De welpen kunnen de lucht aanvullen door “voedsel” te verzamelen. Als ze voedsel bij de leiding inleveren, mag er lucht worden aangevuld. Op het kaartje staat hoeveel keer er in totaal gepompt mag worden. De welp(en) mag/mogen zelf bepalen hoe dit over de “kinderen” wordt verdeeld. Vanaf de uitleg duurt het spel in totaal een kwartier. Daarna krijgen de welpen één punt voor ieder kind waar de ketting nog omheen zit, twee punten voor elk kind bij wie de ketting zo strak zit dat hij er niet zo van af kan worden geschoven en één strafpunt voor ieder kind waar de ketting van af is gevallen.

Voedsel verzamelen kan op vier manieren:

  • Geit melken: Een welp kan aan de tafel van de leiding een maatbeker met hooi vullen. Dit hooi moet de welp in een bak bij een kartonnen koe gooien en vervolgens de maatbeker onder de geit zetten. Als dat is gebeurd, pakt de welp een latex handschoen gevuld met water en vraagt de leiding hier gaatjes in te prikken. De leiding prikt met een naald in twee vingers een klein gaatje. De welp moet de handschoen snel meenemen naar de geit en het water in de maatbeker laten lopen/knijpen. De maatbeker mag pas van zijn plek als de handschoen leeg is. De welp neemt de maatbeker mee naar de leiding. Het aantal milliliters dat uiteindelijk in de maatbeker zit, bepaalt hoeveel keer er gepompt mag worden. Er is maar één maatbeker en iedere welp mag ook maar één keer melken, want daarna is zijn of haar geit “leeg”.
  • Vis vangen: In een grote bak water drijven en liggen “vissen” (voor elke welp twee) Er liggen twee schepnetjes. De welpen moeten met een schepnetje een vis zien te vangen. Ze mogen één vis per keer bij de leiding inleveren. De grote, zware vissen die op de bodem liggen zijn meer keer pompen waard dan de kleintjes die boven drijven.
  • Fruit oogsten: Fruit kunnen de welpen “plukken” van nepplanten. Per keer mag een welp één “rijpe” en één “onrijpe groente” plukken. Als een welp een onrijpe groente laat zien, krijgt hij van de leiding een rijpe om samen met de onrijpe weer aan de boom te hangen voor een volgende welp. Daarna mag er gepompt worden voor de rijpe groente die is ingeleverd.
  • Brood bakken: Om brood te bakken, moeten de welpen eerst graan (een bol klei) van de tafel bij de leiding pakken en verderop met een grote, Afrikaanse stamper fijnstampen (plat). Als ze zo plat deeg hebben, kleien ze er bij de tafel bij de leiding een brood van. Als het brood klaar is leggen ze het in “de oven” (een bak) naast de leiding en zetten ze een kookwekker op twee minuten. Als de kookwekker afgaat, is het brood gebakken en mag er gepompt worden.


Hoe maak je de “kinderen”? (voor eenvoudiger alternatief, zie “tips”)
Je kan hier zelf creatief in zijn, maar let op dat de opblaasbare “buik” moet kunnen uitzetten en krimpen, zonder dat deze naar beneden valt. Het eenvoudigste is om een kindvorm uit heel stevig karton of hout te snijden/zagen. Vervolgens bevestig je de volledig opgeblazen buik met sterke lijm op de plek van de “buik”, zo dat het ventiel nog bruikbaar is. Doe vervolgens de ketting om de “buik” en “rug” heen en laat de “buik” iets leeglopen.
Als je het opblaasbare voorwerp na afloop nog weer wilt kunnen gebruiken, kan je ook grote, zittende (uitgezaagde) poppen gebruiken, waarbij je een strandbal op de benen legt. Vervolgens voorkom je met de kralenketting dat de bal wegrolt.

Aantal keer pompen per afgeleverd voedsel
Dit lijstje geeft vooral de verhoudingen van de “producten” ten opzichte van elkaar aan. Probeer je “kinderen” eerst even uit en vermenigvuldig het aantal keer pompen per product met een factor die het zowel uitdagend als haalbaar houdt.
Geitenmelk: 1x pompen per 25 ml (naar boven afronden).
Vis: 2x pompen voor een grote vis, 1x pompen voor een kleine
Vrucht: 2x pompen
Brood: 5x pompen

Tips/aandachtspunten

  • Wanneer er voldoende leiding is, is het handig om bij dit spel twee personen te hebben staan. Eén bij de “kinderen” en één om al het andere in de gaten te houden. Als je alleen bent en het te druk is, kan je ook besluiten om tussendoor niet te pompen en leeg te laten lopen, maar op het laatst al het verzamelde voedsel bij elkaar op te tellen en dan om de beurt een beetje laten leeglopen en pompen.
  • Het is belangrijk om per kleine activiteit de precieze stappen op een bord te hebben staan. De welpen zullen het nooit allemaal precies onthouden (en leiding in het begin evenmin…)
  • Als het te onoverzichtelijk wordt voor een groepje, kan je ze per tweetal verantwoordelijk maken voor één specifiek “kind”
  • Als de opblaasbare constructie teveel werk of te ingewikkeld is, kan je zelf ook (plaatjes van) poppetjes maken van verschillende dikte. Als een welp “voedsel” brengt, wordt dit genoteerd bij het poppetje naar keuze. Om de vijf minuten worden, op basis van de hoeveelheid voedsel die is aangeleverd, de (plaatjes van) poppetjes verwisselt voor een dunner of dikker exemplaar. Let op dat ze allemaal eenzelfde kralenketting om hun middel hebben.

 

Voorbereidingstijd

spelen klaar zetten

Benodigd materiaal

  • [[Bestand:Anansi_in_Haveli.pdf|bijlage spel 1]]

 

Tips algemeen

 

Lees 1840 keer Laatst aangepast op maandag, 28 september 2015 13:51
Log in om reacties te plaatsen

Mijn Scouting

Mijn Scouting-login vergeten of aanvragen

Activiteitengebied

InternationaalSamenleving

Duur

30 min - 1 uur

Groepsgrootte

1-8 personen8-15 personen15 of meer

Leeftijdsgroep

7-11 welpen

Locatie

Buiten