Waarom / doel van de activiteit
Ontdek hoe een brandnetel in elkaar zit door de plant voorzichtig te bekijken, te onderzoeken waar de brandharen zitten en te proberen een brandnetel veilig te aaien.
Beschrijving van de activiteit
Bij de Talaab poel blijft Ikki staan bij een groep brandnetels. Veel dieren lopen er met een boog omheen, want iedereen weet dat brandnetels prikken. Toch zijn ze heel interessant: er leven rupsen op en mensen kunnen er zelfs soep van maken. Ikki vraagt zich af hoe een brandnetel precies werkt en of je hem misschien kunt aanraken zonder geprikt te worden.
Zoek met de welpen een plek waar een paar brandnetels groeien langs een pad of open plek. Laat de welpen eerst rustig om de planten heen staan zodat niemand er per ongeluk in stapt. Vertel dat brandnetels zich beschermen met kleine brandharen. In die haren zit een prikkend sap. Als je tegen zo’n haar stoot breekt het puntje af en komt het sap op je huid, waardoor het gaat branden en jeuken.
Laat de welpen met een vergrootglas een brandnetel bekijken. Kijk samen naar de steel en de bladeren. Waar zitten de brandharen? Zien de welpen dat de haartjes een beetje schuin omhoog staan?
Doe daarna een demonstratie. Strijk voorzichtig met een vinger over de bovenkant van een blad of aai het blad van onder naar boven. Omdat de brandharen naar boven wijzen, breken ze dan minder snel af. Laat de welpen dit daarna één voor één proberen. Eerst kijken, daarna voorzichtig aanraken.
Vertel ondertussen dat brandnetels een belangrijke plant zijn voor dieren. Sommige vlinders, zoals de atalanta, kleine vos en dagpauwoog, leggen hun eitjes op brandnetels. De rupsen eten alleen brandnetelbladeren. Zo’n plant noemen we een waardplant. Kijk samen of er rupsen, vlindereitjes, vraatsporen of vlinders bij de brandnetels te vinden zijn.
Vertel ook dat mensen brandnetels kunnen eten. Vooral de jonge topjes in het voorjaar zijn eetbaar. Daar kun je bijvoorbeeld brandnetelsoep of thee van maken. Door koken of bakken verdwijnen de brandharen en prikken ze niet meer.
In de zomer kun je ook de kleine bloemetjes bekijken. Brandnetels hebben aparte mannelijke en vrouwelijke planten. De mannelijke planten hebben bloemetjes met stuifmeel. De wind blaast het stuifmeel naar de vrouwelijke planten zodat er nieuwe zaden ontstaan.
Wordt iemand toch geprikt? Blijf rustig en kneus een blad van weegbree of hondsdraf. Wrijf het sap op de jeukende plek; dat kan de jeuk verzachten.
Sluit af met een korte nabespreking. Lukte het om de brandnetel te aaien zonder geprikt te worden? Waar zaten de meeste brandharen? En hebben de welpen dieren gevonden die bij de brandnetels leven?
Benodigd materiaal
- Vergrootglas
- Dichte schoenen
- Eventueel een lange broek en werkhandschoenen (tegen het prikken)
- Tekenwerend middel, tekenpincet of -pen, en tekenregistratieformulier
Veiligheid
- Wordt iemand toch geprikt? Dan kun je een blaadje weegbree of hondsdraf kneuzen en het sap op de huid wrijven. Dat kan de jeuk verzachten.
- Houd rekening met teken wanneer je een bosactiviteit doet. Draag bijvoorbeeld bedekkende kleding of gebruik je een tekenwerend middel. Na afloop controleer je elkaar op teken, verwijder je een teek direct met een tekenpincet en registreer je de beet. Kijk voor meer informatie in het veiligheidsblad Teken.
Tips
- In Nederland komen vooral de grote brandnetel en kleine brandnetel voor. De grote brandnetel kan wel anderhalve meter hoog worden.
- In de buurt van brandnetels groeien vaak dovenetels. Die lijken een beetje op brandnetels maar prikken niet en hebben opvallende paarse, witte of gele bloemen. Ze zijn familie van de munt.
- Brandnetels groeien vaak op voedselrijke plekken, bijvoorbeeld langs paden, bij composthopen of aan de rand van het bos. Daardoor zijn ze een goede aanwijzing dat de bodem veel voedingsstoffen bevat.
- Werk je met scouts en wil je breder onderzoeken welke slimme trucs planten gebruiken om te groeien, zich te beschermen en hun zaden te verspreiden? Bekijk dan ook de activiteit Superslimme plantenonderzoek.










