woensdag, 04 november 2020 15:41

Sint kan niet komen

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

De bevers en welpen vieren een feest, waarbij Sint niet zelf kan komen. Met allerlei activiteiten zoals liedjes uitbeelden, tikspel, estafette, speurtocht, zoektocht met een plattegrond.

Beschrijving van de activiteit

Bevers en welpen

Tijdens de opkomst voor Sint of op de dag zelf vertelt Stanley Stekker (of een ander themafiguur voor de bevers) dat hij een mail heeft ontvangen van Sint. Voor de welpen kan dat Chil (of een ander themafiguur) zijn. Hij kan dit jaar niet komen. Sint heeft wel gezorgd voor pepernoten en cadeautjes. Die liggen niet zomaar klaar voor de bevers en welpen. Ze moeten er wat voor doen.

De leiding (themafiguur) laat aan Sint foto’s en/of een filmpjes zien van de bevers/de welpen die bezig zijn. Sint reageert daarop.

Pakjes estafette (niet de echte pakjes)

De pakjes moeten van de winkel (of de boot) naar de huizen. Aan de ene kant dus de winkel of de boot met de pakjes. Aan de andere kant de huizen. Per huis moeten er 1 of meer pakjes terecht komen. Eerlijk verdelen.

Variatie voor de welpen: op elk huis staat een getal. Net zoveel pakjes als het getal aangeeft. Gebruik overzichtelijke getallen, bijvoorbeeld 2 t/m 5.

De pakjes aan elkaar doorgeven of elke bever/ welp brengt een pakje van winkel/boot naar een huis.

Als steeds dezelfde bever/welp het laatste stuk van de route doet, heeft die een goed overzicht waar nog een cadeautje bij moet.

Zoektocht naar de echte cadeautjes

Bevers

  • De bevers krijgen een plattegrond (van het clubgebouw of het terrein erom heen). Op de plattegrond staat een grote x. Sint zegt dat daar de pakjes liggen. De bevers overleggen met elkaar en de leiding waar ze de pakjes kunnen vinden.
  • De bevers kunnen de plattegrond ook in delen krijgen. Dan leggen ze de stukken zo neer, dat het een juiste plattegrond wordt.
  • Bevers kunnen zelf hun pakje zoeken. Elke bever krijgt een kaartje met daarop zijn of haar naam en voor elke bever een eigen tekening of plaatje. Op het pakje dat ze gaan zoeken staat een sticker of kaartje met hun naam en het plaatje. Vertel waar ze moeten/mogen zoeken: binnen (waar), buiten (waar), niet van het terrein af.

Welpen

De welpen krijgen na alle activiteiten een plattegrond of na elke activiteit een deel van een plattegrond. Als ze alle delen hebben, leggen ze de stukken zo dat er een juiste plattegrond te zien is.

  • Mogelijkheid 1:  Op de plattegrond staat voor elk nest een grote x met de naam van het nest. Daar moeten de welpen van dat nest dus gaan zoeken voor hun pakjes.
  • Mogelijkheid 2: Op de plattegrond (van het terrein of het clubgebouw) staat op diverse plaatsen een x of een pakje getekend. Daarbij staat een naam van een welp. De welpen gaan zo op zoek naar hun eigen pakje. Ze mogen elkaar natuurlijk helpen. Je hebt dan wel veel verstopplekjes nodig. En ook meer dan 1 plattegrond, zodat elke welp rustig op de plattegrond kan kijken.
  • Mogelijkheid 3: op de plattegrond ontbreekt de x. Elk nest krijgt een stukje van de plattegrond op doorzichtig papier. Op dat stukje staat een x. Het doorzichtige stukje wordt op de juiste plek op de plattegrond gelegd. Zo weten de welpen waar ze moeten gaan zoeken. Het is dan wel handig om meer dan 1 plattegrond te hebben. Dan kunnen de welpen rustig op de plattegrond kijken.
  • Het is ook mogelijk om elke welp een stukje van de plattegrond op doorzichtig papier met x te geven. Dan heb je zeker meer plattegronden nodig en meer verstopplekken.
  • Er kunnen aanwijzingen in geheimschrift gegeven worden om de cadeautjes te vinden: per nest of per welp.
  • Sint kan bij het zoeken naar de pakjes de welpen van een nest aanwijzingen geven, bijvoorbeeld warm, koud. Sint moet dan wel goed weten welk nest het is en waar de pakjes liggen en de leiding moet de zoekende kinderen volgen met een camera.

Liedjes

Uitbeelden: raden welk liedje wordt uitgebeeld

Bij de welpen beeldt elk nest een ander lied uit (overleg met of opgegeven door de leiding). Dat doen ze allemaal tegelijk. Ze kijken de welpen van een ander nest aan. Blijven ze hun eigen lied uitbeelden of raken ze in de war.

Variatie: twee welpen beelden een eigen lied uit. Ze kijken elkaar aan.

Liedje wordt afgespeeld: bewegingen erbij maken (voor bevers)

Snoepspel

In een zak sintsnoep zitten allerlei snoepjes: kruidnoten (pepernoten), tumtum, schuimpjes, hartjes, letters. Elk welp krijgt een kaartje met daarop wat hij is. De tikker noemt een snoepsoort. Die welpen komen in een vak (de zak) bij de tikker staan. Als de tikker roept ‘de zak is vol’, rennen de welpen uit het vak weg. De tikker probeert de welpen te tikken.

Laat voor het spel een zak met zulke snoepjes zien. Noem de snoepjes en oefen de woorden van de snoepjes met de welpen. Laat eventueel grote plaatjes van de snoepjes zien.

Speurtocht

Op de grond zijn pakjes met een strik getekend. Is de strik aan de rechterkant van het pakje, dan moeten de bevers/welpen naar rechts lopen. Is de strik aan de linkerkant, dan moeten ze naar links lopen. Is de strik in het midden, dan lopen ze rechtdoor.

Terwijl de welpen/bevers de speurtocht lopen, kan iemand van de leiding de pakjes verstoppen. Terug op het clubgebouw zijn de pakjes dan afgeleverd. Ze kunnen daar dan heel zichtbaar zijn. Of ze zijn verstopt of half zichtbaar. De bevers/welpen kunnen de cadeautjes zoeken met behulp van een plattegrond.

Benodigd materiaal

  • Voor de zoektocht naar de cadeautjes: plattegrond en eventueel doorzichtig papier, naamkaartjes (voor bevers met naam en plaatje)
  • Voor de speurtocht: stoepkrijt
  • Voor het snoepspel: snoep, kaartjes met afbeelding van snoep,
  • Voor het pakjes-estafettespel: pakjes, vak met pakjes, een aantal vakken dat een huis voorstelt eventueel met een groot cijfer op karton of papier

Veiligheid

  • Zorg voor een vlakke grond bij het snoepspel en het estafette spel.
  • Geef bij het zoekspel aan waar de kinderen wel en niet mogen zoeken. (bijvoorbeeld niet buiten het terrein). Let op planten die prikken. Leg de cadeautjes op een voor de kinderen veilig te bereiken plek.
  • Laat de kinderen de speurtocht veilig lopen. Dus uitkijken bij oversteken. Laat ze niet alleen lopen. Iemand van de leiding loopt mee.

Tips

  • Bij een speurtocht is het leuk als niet steeds dezelfde kinderen voorop lopen. Laat het afwisselen.
  • Bij voldoende leiding kan je ook in groepjes lopen.
  • Natuurlijk kunnen de kinderen elkaar helpen bij het zoeken naar de cadeautjes.
Lees 556 keer Laatst aangepast op donderdag, 05 november 2020 09:06
Log in om reacties te plaatsen

Mijn Scouting

Mijn Scouting-login vergeten of aanvragen

Activiteitengebied

ExpressieSport & SpelUitdagende ScoutingtechniekenSamenleving

Duur

1 - 2 uur2 - 3 uur

Groepsgrootte

8-15 personen15 of meer

Leeftijdsgroep

5-7 bevers7-11 welpen

Locatie

BinnenBuitenRondom het clubhuis

Voorbereidingstijd

2 - 3 uur