zondag, 18 januari 2026 14:46

De romeinse tijd in Hotsjietoniadorp (Asterix en Obelix)

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

Maak samen een Romeins Hotsjietoniadorp in Asterix-en-Obelixstijl met een reuzestrip, hutten, schilden en spannende dorpsopdrachten.

Beschrijving van de activiteit

Themaverhaal (intro in kring, 5–7 min)

Noa komt Stuiter tegen terwijl ze met een grote, opgerolde behangrol naar haar huis loopt: “Vandaag maak ik een reuze‑muurkrant met een stripverhaal erop! Zoals de Romeinen in dat stripboek van Professor Plof over Asterix en Obelix." Stuiter vraagt wie dat zijn. "wie waren de Romeinen?" Noa: "De Romeinen waren mensen die heel lang geleden in dit deel van Europa woonden. Ze bouwden dorpen met houten huizen, droegen soms helmen en schilden als ze moesten vechten, jaagden, handelden en werkten samen in hun stam.” Stuiter (nieuwsgierig): “Wow! En hoe zit het met die helden uit de strip met dorpen, helden en bijzondere drankjes? Wat deden die allemaal?” Noa: “In die strip zie je dappere dorpsbewoners, grappige situaties en avonturen. In ons verhaal vandaag gaan we de scènes namaken! Maar ssst… iedereen tekent een ander stukje, in het geheim. Pas aan het eind leggen we het hele verhaal bij elkaar en vertellen we het aan elkaar.” [tussendoor kan je als leiding doorvragen aan de Bevers (interactief):
“Wat weet jij al van dorpen van vroeger?” “Waarmee bescherm je jezelf als je een ridder/soldaat speelt?” “Wat heb je nodig om een hut te bouwen?” “Hoe zou een magisch brouwsel smaken (zonder echt te proeven)?”]
Rebbel: “We tekenen in onze eigen stijl. Er is geen goed of fout. Daarna gaan we het dorp nabouwen en activiteiten doen die bij het verhaal passen!”

Voorbereiding (15–20 min)

Muurkrant klaarzetten: hang de behangrol horizontaal op ooghoogte van Bevers (of op tafels). Tekenkaders: schets licht 8–16 vakken (panelen) waar Bevers hun scène tekenen. Scène‑briefjes klaarleggen in een aparte ruimte (fluisterkamer): elk briefje bevat 2–3 zinnen + pictogram. Stations opbouwen (binnen of buiten): huttenbouw, helmen, schilden, speerwerpen, brouwsel, postroute, extra’s.

Scène‑ideeën voor de Muurkrant (8–16 opties)

(Leiding vertelt kort en beeldend; Bever tekent in eigen stijl. Geen tekst nodig op de tekening — mag wel!)

  • “Het dorp” – houten huisjes, vuurplaats, mensen samen
  • “De smid/ambacht” – iemand die iets maakt (zwaard? nee: een lepel, pot of speld voor Bevers)
  • “De training” – oefenen met schilden (als schildpadje samen staan)
  • “De speer” – foamstick vasthouden en mikken op een hoepel
  • “De helmen” – gekke helmen passen met folie/lappen
  • “Het brouwsel” – borrels en bubbels (bruistablet in beker)
  • “De postroute” – iemand die een rol naar het andere kamp brengt
  • “Het bos” – verstoppen/speuren (vondsten: blad, steen)
  • “De leider/oudste” – iemand die een plan uitlegt (Noa/leiding als dorpsoudste)
  • “Feest!” – iedereen samen, laurelkransen/muziek
  • “De markt” – ruilen (een steen voor een veer)
  • “De wachters” – twee kinderen met schild naast een hut
  • “De brug/poort” – door een poort het kamp in (hoepels als poort) 
  • “De kookpot” – roeren (veilig – zonder vuur, getekend)
  • “De schildenshow” – versierde schilden omhoog
  • “Rebbel & Stuiter” – zwaaien in het dorp (Hotsjietonia‑touch van het bezoek)

Verloop van de opkomst

Blok A – Intro & uitleg (kring, 5–7 min)

  • Noa vertelt het introverhaal over Romeinen (kindniveau) en stripverhalen van Asterix en Obelix.
  • Bevers delen wat ze al weten (zie vragen themaverhaal).
  • Uitleg van de opdracht met de “Geheime scènes”: zoals een echte striptekenaar hou je het verhaal geheim tot het compleet is, je krijgt alleen jouw scène te horen, niet praten tijdens tekenen.

Blok B – Geheime scènes tekenen (20–30 min)

  1. Leiding haalt om de beurt kleine groepjes/individuen naar de geheime ruimte.
  2. Fluister de scène uit het lijstje (kort, met gebaren/pictogram). Laat ze eventueel een Asterix en Obelix zien om de sfeer duidelijk te maken. 
  3. Bever gaat naar de muurkrant en tekent in zijn/haar vak (5–6 min per kind).
  4. Geen praten tijdens tekenen (speelse uitdaging).
  5. Leiding helpt licht (lijnkader, naam in hoekje) en bewaakt rust, daagt bevers die snel klaar zijn uit om meer te tekenen enz. 

Blok C – Vertelmoment muurkrant (10–12 min)

  • Iedereen klaar? Ga langs de muurkrant van links naar rechts.
  • Om de beurt vertelt elke Bever: “Dit is mijn stukje van het verhaal, dit gaat over …”
  • Geef Bevers de ruimte om zelf het verhaal te vervolgen, eventueel met Noa en of leiding verbinding van de scènes: “Zo bouwden ze het dorp, oefenden ze, en hadden ze feest!” en het stellen van vragen (wat is daar te zien, hoe doen ze dat, waarvoor is dat, wat zien we niet wat er ook gebeurde, enz)

Blok D – Dorp nabouwen & activiteiten (30–45 min, postenspel/stationswerk)

Zet 4–6 posten/stations klaar; werk in kleine groepjes (2–4 Bevers), 8–10 minuten per station.

  1. Huttenbouw (dorp maken)

    • Opdracht: bouw 1–2 hutten/huizen met doeken/touw/knijpers.
    • Variatie: teken de hut in op een dorp‑plattegrond met pionnen/kriebelpaadjes ertussen.
  2. Helmen‑atelier

    • Opdracht: karton vorm, bekleden met aluminiumfolie of lap; elastiek; versieren.
    • Tip: maak vriendelijke helmen, geen scherpe randen.
  3. Schilden‑werkplaats

    • Opdracht: kartonnen schild, greep aan achterzijde (karton/duct tape), versieren met dorps‑symbool (blad, zon, golf).
  4. Speerwerpen (veilig)

    • Opdracht: foamsticks/noodles gooien door hoepel of naar pion (op veilige afstand).
    • Regel: één voor één, nooit naar mensen gooien.
  5. Magisch brouwsel

    • Opdracht: water + bruistablet kinder‑vitamine → borrelmix.
    • Verhaal: “De dorpsoudste mengt kruidendrank (zonder proeven). Wat zie/hoor/ruik je?”
    • Optie: voedselkleur druppel voor “magie”.
  6. Postroute (koerier van kamp naar kamp)

    • Opdracht: met opgerolde papieren langs pionnen/touwroute; bij elk “kamp” stempel/sticker en doorgeven.
    • Variatie: ren‑estafette / sluipen (stilte‑modus).

Extra keuze‑stations (indien tijd/ruimte):

  • Mosaic mini‑tegel (plakken van kleine papiertjes tot symbool)
  • Laurel‑krans (groen papier/touw) – voor de afsluiting
  • Katapult‑behendigheid (tafel): propjes mikken in kartonnen “ketel”

Blok E – Slotceremonie & terugblik (5–8 min)

  • Korte reflectie (2–3 vragen): Wat zijn voor bewoners van Hotsjietonia de logische woonplekken in het verhaal? en voor de dieren: Poes, Hond, Eekhoorn, Otter hun favoriete dorpsplek op de muurkrant? Wat was jouw favoriete scène? Wat ging goed toen we samen bouwden? Wat zou je willen toevoegen aan ons dorp?
  • extra activiteiten bij tijd over: Foto bij de muurkrant (met helmen/schilden) en dorps‑yell bedenken.

Opruimen: net zoals de striphelden zorgen voor elkaar en voor het dorp (opruimen = ook heldhaftig!).

Benodigd materiaal

  • Voor de muurkrant (strip)Voor de muurkrant (strip)
  • Behangrol (lange strook, ~8–10 m) + schilderstape / klemmen om aan de muur te bevestigen
  • Dikke stiften, wasco’s, potloden, kleurpotloden
  • Zwarte fineliners of dikke zwarte stift voor contouren en kaders (volwassene kan kaders licht vooraf schetsen)
  • Scène-kaartjes (lamineren is handig) – 8–16 korte scènes in pictogram/tekst (voorlezen door leiding)
  • Bordjes met “Niet praten – geheim tekenmoment!” (speels)Schorten/oud T‑shirtjes (optioneel)
  • Bouwen & spelstations
  • Huttenbouw: doeken, kleden, knijpers, waslijn/touw, lichte palen/buizen, wasknijpers
  • Helmen maken: karton, niettang/duck tape, elastiek, aluminiumfolie of lappen, stickers
  • Schilden: platte kartonnen dozen, duct tape, verf of stiften, lijm, handgreep van karton
  • Speerwerpen (veilig): foamsticks/noodles, hoepels/pionnen als doel
  • Magisch brouwsel (veilig & magisch): doorzichtige bekers/maatbeker, water, kinder‑vitamine‑bruistabletten, kleurstof (voedselkleur, optioneel), lepels
  • Postroute: opgerolde papieren “rollen”, touwroute/pionnen, stempels/stickers voor posten
  • Extra passend bij thema:
    Mosaic‑knutsel: gekleurd papier, lijm (kleine “steenjes”)
  • Laurel‑kransen (overwinnaarskrans): groen papier of takjes + tape
  • Katapult‑behendigheid (veilig): houten wasknijper + lepel + papieren propjes (tafeltafelversie)

Aankleding & organisatie

  • Kleding van Hotsjietonia‑figuren (Noa, Stuiter, Rebbel) voor rolspel
  • Timer / liedje / fluitje voor rondes
  • Pictogrammen bij stations (helm/schild/hut/route/brouwsel)

Veiligheid

  • Veiligheid: duidelijke grenzen buiten, materiaalcheck (foam!), plakband/duct tape binnen handbereik.
  • We bouwen veilig: geen duwen, materialen blijven op de plek.

Tips

  • Gebruik pictogrammen bij de posten, zodat bevers snel zien wat ze op welke plek kunnen doen.
  • Laat bij de uitleg een voorbeeldschild, helm of stukje muurkrant zien. Dat maakt de opdracht concreet.
  • Geef korte opdrachten en leg steeds één stap tegelijk uit.
  • Laat bevers zoveel mogelijk zelf kiezen bij welke post ze beginnen, als dit past bij de grootte van de groep.
  • Benoem wat goed gaat, bijvoorbeeld hoe duidelijk een scène is getekend of hoe goed er samen aan een hut is gebouwd.
  • Maak de tekenopdracht makkelijker door lichte vormen voor te tekenen of bevers in tweetallen te laten tekenen.
  • Maak de tekenopdracht uitdagender door bevers tekstballonnen, geluiden of een eigen strijdkreet aan hun scène toe te laten voegen.
  • Gebruik een timer, liedje of fluitsignaal om de rondes bij de posten duidelijk af te bakenen.
  • Houd het tekenen van de muurkrant kort genoeg, zodat er genoeg energie overblijft voor het bouwen en spelen.

Aanvullende informatie

Lees 71 keer Laatst aangepast op donderdag, 02 juli 2026 15:10
Log in om reacties te plaatsen