Waarom / doel van de activiteit
Zoek zonder te praten je eigen dierenfamilie door alleen bijpassende geluiden en bewegingen te gebruiken.
Beschrijving van de activiteit
Maak voor iedere deelnemer een kaartje met een dier erop. De deelnemers lopen door de ruimte of over het speelveld en zoeken de dieren die bij hen horen. Ze praten daarbij zo min mogelijk en gebruiken vooral dierengeluiden, bewegingen en lichaamstaal.
Stem de opdracht af op de leeftijdsgroep. Bevers zoeken deelnemers met hetzelfde dier. Welpen zoeken dieren uit dezelfde dierenfamilie. Zorg er bij de welpen voor dat iedere dierenfamilie compleet in het spel zit, zodat alle dieren elkaar ook echt kunnen vinden.
Bevervariant: hetzelfde dier zoeken
Geef meerdere bevers hetzelfde dier, bijvoorbeeld drie koeien, drie honden, drie kikkers en drie leeuwen. Oefen eerst een paar herkenbare dierengeluiden en bewegingen. Daarna lopen de bevers rond en zoeken ze de anderen met hetzelfde dier.
Houd de rondes kort en kijk na iedere ronde welke dieren elkaar hebben gevonden. Maak van “niet praten” geen strenge regel: bevers mogen stil naar de leiding komen als ze vastlopen. Help ze dan met een gebaar, geluid of voorbeeld weer op weg.
Gebruik voor bevers vooral dieren die makkelijk te herkennen en na te doen zijn, zoals koe, hond, kat, schaap, kip, kikker, leeuw, aap, olifant, slang, eend, paard en varken.
Welpenvariant: dierenfamilies zoeken
Geef iedere welp een dier dat bij een dierenfamilie hoort. De welpen zoeken dus niet hetzelfde dier, maar dieren uit dezelfde groep. Een koe, schaap en varken vormen bijvoorbeeld samen de boerderijdieren. Ze herkennen elkaar alleen aan passende geluiden, bewegingen en lichaamstaal.
Als een welp denkt een familielid gevonden te hebben, blijven ze samen zoeken tot de hele dierenfamilie compleet is.
Voorbeelden voor welpen
- Boerderijdieren: koe – schaap – varken
- Huisdieren: hond – kat – konijn
- Junglekatten: leeuw – tijger – luipaard
- Pooldieren: ijsbeer – pinguïn – zeehond
- Savannedieren: giraffe – zebra – antilope
- Dieren uit de zee: walvis – dolfijn – orka
- Insecten: mier – bij – kever
- Nachtdieren: vleermuis – egel – uil
- Woestijndieren: kameel – schorpioen – woestijnvos
- Bergdieren: steenbok – marmot – arend
- Tropische vogels: papegaai – toekan – kolibrie
- Bespreek na afloop welke dieren makkelijk of lastig te herkennen waren. Welke geluiden en bewegingen hielpen goed? En hoe was het om te zoeken zonder woorden?
Voorbeelden voor dieren uit de jungle
- Wolvenhorde: Akela – Raksha – Vader Wolf
- Jonge junglezoekers: Mowgli – Shanti – Broer Wolf
- Bij het water: Dahinda – Malchi – Jacala
- Dieren van de lucht: Chil – Mang – Mor
- Slimme speurders: Bagheera – Rikki Tikki Tavi – Ikki
- Junglewaarschuwing: Shere Khan – Tabaqui – Kaa
- Grote rustige dieren: Hathi – Baloe – Oe
Themaverhaal bevers
In Hotsjietonia hoort Stuiter ineens overal dierengeluiden: geloei, gekwaak en gebrul. Rebbel weet dat ieder dier zijn eigen groep zoekt en helpt Stuiter goed luisteren en kijken. Kunnen de bevers ontdekken welke dieren bij elkaar horen?
Themaverhaal welpen
Bij de Talaab poel hoort Broer Wolf ineens een vreemd wolvengehuil, maar het blijkt Hathi te zijn die dierengeluiden oefent. Hathi en Broer Wolf proberen daarna allerlei geluiden en bewegingen uit. Kunnen de welpen zonder woorden ontdekken welke dieren bij elkaar horen?
Benodigd materiaal
- Kaartjes met de dierennamen er op
Veiligheid
- Let erop dat deelnemers elkaar niet laten schrikken of belachelijk maken met geluiden of bewegingen.
Tips
- Voeg voor oudere welpen een extra uitdaging toe door dierenfamilies te gebruiken die minder voor de hand liggen.
- Gebruik dit spel als groepverdeler door de gevonden dieren of dierenfamilies direct als teams verder te laten spelen.