vrijdag, 15 mei 2026 11:33

De geplaagde pest (5): wie durf jij te vertrouwen?

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Waarom / doel van de activiteit

Onderzoek wie je kunt vertrouwen en bij wie je terechtkunt als pesten of onzekerheid speelt.

Beschrijving van de activiteit

Deze activiteit is onderdeel van de reeks De geplaagde pest over pesten, zelfvertrouwen en vertrouwen. Speel de activiteiten los of gebruik ze achter elkaar als complete themareeks:

  1. De geplaagde pest (1): plagen of pesten
  2. De geplaagde pest (2): vrienden helpen
  3. De geplaagde pest (3): hé, doe eens wat stoerder!
  4. De geplaagde pest (4): jij bent uniek
  5. De geplaagde pest (5): wie durf jij te vertrouwen?

Intro

Bekijk met de hele groep het liedje 'Ik ben wie ik ben' van kinderen voor kinderen.

Vertrouwen – objectles

Doel: De kinderen laten nadenken over wat vertrouwen inhoudt.

Activiteit: De kinderen krijgen een plaatje van een bruidspaar te zien met daarbij twee bordjes ‘ver’ en ‘trouwen’. Dit bruidspaar wil graag ver weg trouwen. Waar kunnen ze naar toe? Kinderen mogen hierop een plaats aanwijzen op de wereldbol en zeggen hoe het heet. Uiteindelijk wordt het verste plekje gekozen waar dit bruidspaar kan trouwen. Hierop worden de bordjes bij elkaar gelegd met daarbij de vraag is dit nu wat ‘vertrouwen’’ betekent? Elke groep krijgt pen en papier en moet zoveel mogelijk zinnen bedenken die beginnen met de woorden: vertrouwen is…

Na een aantal minuten kan elke groep zijn zinnen voorlezen. De groep met de meeste goede zinnen, krijgt een punt.

Materiaal

  • Een plaatje van een bruidspaar
  • Twee kaartjes met daarop de woorden ‘ver’ en ‘trouwen’
  • Een wereldbol
  • Pen en papier voor elke groep

Beloning: De groep met de meeste goede zinnen krijgt een punt.

Is hij te vertrouwen – spel

Doel: Een introductie op het onderwerp waarom iemand wel of niet te vertrouwen is.

Activiteit: Een kind moet raden wat er anders is aan sommige kinderen in de groep. Alle kinderen zitten in een grote kring. Een van de kinderen gaat weg. Terwijl hij/zij weg is, spreekt de leiding met de kinderen af dat bijvoorbeeld elk kind dat met zijn benen of elkaar zit niet te vertrouwen is. Als het kind terugkomt, moet het kind om de beurt aan elk kind van de kring vragen of ze te vertrouwen zijn. De kinderen met de benen over elkaar zeggen dan nee en de andere kinderen zeggen ja. Nu moet het kind ontdekken waarom zij niet te vertrouwen zijn. Dit kan je een aantal keer met kinderen uit diverse groepen spelen. Andere voorbeelden die je kan gebruiken zijn:

  • meisjes die links naast een jongen zitten of andersom
  • kinderen die bij elkaar in de straat wonen
  • kinderen die in dezelfde groep in de club zitten
  • kinderen die uit hetzelfde land komen
  • kinderen met oorbellen, spijkerbroeken, etc.

Beloning: Elke keer dat een kind het raadt, krijgt de groep waar dit kind uitkomt een punt.

Wanneer is iemand te vertrouwen?

Doel: Met de kinderen nadenken over wie wel en wie niet te vertrouwen is.

Activiteit:

  • De kinderen krijgen vier woorden te zien: leeftijd, beroep, praten, daden.
  • Leeftijd: we kijken eerst naar de leeftijd – is iemand van vijftig jaar meer te vertrouwen dan iemand van acht jaar?
  • Beroep: dan kijken we naar verschillende beroepen – wie in welk beroep kan je altijd vertrouwen? Wie kan je niet vertrouwen?
  • Praten: iemand die zegt dat hij/zij te vertrouwen is, is die ook te vertrouwen?
  • Daden: wat moet iemand doen om te laten zien dat hij/ zij te vertrouwen is?

Met wie kan je praten?

Doel: De kinderen laten nadenken naar wie ze toe zouden gaan als ze gepest worden.

Activiteit: Elke groep krijgt pen en papier. De leiding vertelt dat ze gepest worden. Het is goed om als je gepest wordt hier met iemand over te praten. Om de beurt leest de leiding iemand voor met wie de kinderen zouden kunnen praten. Elke groep moet snel overleggen en die persoon een cijfer geven. Hoe hoger het cijfer des te vaker zal je met deze persoon praten.

De personen zijn: de juf / meester. Je vriend(in), de conciërge, de wijkagent, de buurman / buurvrouw, vader, moeder, de dokter, grote broer / zus, de tandarts, oma / opa, oom / tante. Hierna worden alle cijfers bij elkaar opgeteld en gaan ze kijken wie het meest te vertrouwen is.

Materiaal: Pen en paper

Beloning: Elke groep krijgt een punt.

Valspel

Doel: De kinderen laten ervaren wat vertrouwen is.

Activiteit: Uit elke groep wordt een kind gekozen die alle drie tegelijkertijd geblinddoekt worden en de kamer uitgaan. Ondertussen legt een van de leiding het spel uit. Als de kinderen weer binnenkomen, staat er een niet geblinddoekt kind op, die zich gillend achterover laat vallen en keihard ‘au’ gaat roepen. De geblinddoekte kinderen denken dan dat het een van hen is. Nu mogen zij kiezen om in de rondte te worden gedraaid en zich achterover te laten vallen. Natuurlijk zijn er twee leiding om het kind op te vallen. Terwijl het kind zich laat vallen, roept een ander kind op de bank áu. Dit is om de andere kinderen angst aan te jagen. Elk kind dat zich laat vallen, krijgt een punt.

Materiaal: Een blinddoek

Beloning: Elke groep waarin een kind zich laat vallen, krijgt een punt.

Kleine gespreksgroepjes

Doel: De kinderen laten vertellen over vertrouwen en wie zij vertrouwen

Activiteit:

  • Durf jij je te laten vallen? Waarom wel? Niet?
  • Hoe voelt dat? Waarom?
  • Wie vertrouw jij?
  • Wie vertrouw jij niet?
  • We hebben het over pesten. Naar wie zou jij toegaan als je gepest wordt?
  • Kan je iets vertellen over vertrouwen en pesten dat je zelf hebt meegemaakt of gehoord hebt?

Maak een ‘betrouwbare toren’ – spel

Doel: Met kranten een hoge toren bouwen waarop een boek kan liggen.

Activiteit: Alle groepen krijgen kranten en plakband. De bedoeling van dit spel is om binnen een aantal minuten een toren te bouwen die op zichzelf blijft staan en waarop een boek kan rusten. De groep met de hoogste toren is de winnaar.

Materiaal: Kranten en plakband

Beloning: De winnende groep krijgt twee punten.

Benodigd materiaal

Vertrouwen – objectles

  • Een plaatje van een bruidspaar
  • Twee kaartjes met daarop de woorden ‘ver’ en ‘trouwen’
  • Een wereldbol
  • Pen en papier voor elke groep

Met wie kan je praten?

  • Pen en paper

Valspel

  • Een blinddoek

Maak een ‘betrouwbare toren’ – spel

  • Kranten en plakband

Veiligheid

  • Zorg dat er het spel nabesproken wordt.
  • Zorg ervoor dat iedereen zich veilig gevoeld om een averechts effect te voorkomen.

Tips

  • Zorg ervoor dat je goed napraat met de jeugdleden.
  • Als afsluiting op het thema ‘pesten’ kan je de wijkagent vragen om op bezoek te komen en iets over pesten te vertellen of zelf op bezoek te gaan bij een doelgroep die veel gepest wordt.
  • Een andere activiteit op de activiteitenbank is Krijg de pest (weg).
  • Meer over pesten op het internet? Surf naar www.pestweb.nl

Aanvullende informatie

Lees 16 keer Laatst aangepast op vrijdag, 15 mei 2026 12:15
Log in om reacties te plaatsen