Waarom / doel van de activiteit
Onderzoek echte spinnenwebben, ontsnap als spin aan je vijanden en bouw met je nest een reusachtig web tussen de bomen.
Beschrijving van de activiteit
Bij de Talaab poel ziet Baloe een spinnenweb glinsteren tussen de struiken. Ikki kijkt er eerst met een vies gezicht naar, maar wordt nieuwsgierig als Baloe vertelt hoe slim spinnen hun web gebruiken. Spinnen eten veel insecten en helpen zo de natuur in balans te houden. De welpen gaan ontdekken hoe een spin leeft, hoe een web werkt en hoe spinnen voorkomen dat ze zelf worden opgegeten.
Vertel kort iets over spinnen voordat de welpen op onderzoek gaan. In Nederland leven honderden soorten spinnen, zoals de trilspin, kruisspin, zebraspin en huisspin. Spinnen hebben acht poten en meestal acht ogen. Ze hebben geen oren, neus, tong of vingers zoals mensen, maar gebruiken kleine haartjes op hun poten om te voelen, ruiken, proeven en trillingen waar te nemen. Veel spinnen maken sterke draden om een web te bouwen, een prooi in te pakken of zich te verplaatsen.
Activiteit 1: Zoeken en onderzoeken
Laat de welpen in nesten een spinnenweb zoeken en onderzoeken. Kies een web dat goed bereikbaar is en laat de welpen het web niet kapotmaken. Benevel het web voorzichtig met een plantenspuit, zodat de draden beter zichtbaar worden. Bekijk samen welke vorm het web heeft. Is het een wielweb, een trechterweb of lijkt het meer op een hangmat? Kijk hoe de draden lopen en bespreek hoe de spin het web stevig heeft gemaakt.
Laat de welpen daarna de spin en het web beter bekijken. Waar zit de spin? Heeft de spin al iets gevangen? Wat gebeurt er als een klein takje of grassprietje heel voorzichtig tegen een draad komt? Ziet de spin de beweging, of voelt die vooral de trilling? Kunnen de welpen bij de spin de poten tellen? Leg uit dat niet alle spinnen een web maken. Sommige spinnen, zoals springspinnen, bespringen hun prooi.
Activiteit 2: Spinnentikspel
Speel daarna het spinnentikspel. Wijs drie tikkers aan. Zij spelen natuurlijke vijanden van spinnen, zoals een hongerige vogel, een sluipwesp en een bidsprinkhaan. De andere welpen zijn spinnen en proberen zo lang mogelijk niet getikt te worden. Spreek vooraf af welk speelveld gebruikt wordt en waar de grenzen liggen.
De spinnen mogen verschillende overlevingstechnieken gebruiken. Ze kunnen wegrennen, zich verstoppen, doodstil blijven staan, achter een boom kruipen of proberen heel groot en gevaarlijk te lijken. Wie getikt wordt, gaat aan de zijkant staan of krijgt een korte opdracht om weer mee te mogen doen, zoals drie spinnenpotenbewegingen maken. Bespreek na een ronde welke techniek het beste werkte en waarom.
Activiteit 3: Reusachtig web
Maak daarna per nest een groot spinnenweb tussen bomen, palen of stevige struiken. Gebruik wol of touw en laat de welpen de draden kriskras spannen. Het web moet groot genoeg zijn om duidelijk als spinnenweb te herkennen te zijn. Laat de nesten eerst kijken waar ze hun beginpunten maken, zodat het web stevig wordt en niemand struikelt over losse draden.
Test het web met een lichte ‘prooi’, zoals een jas, bal of knuffel. Lukt het om de prooi in het web te laten hangen of erin vast te laten raken? Laat de welpen daarna kort vertellen wat goed werkte. Welke draden maakten het web stevig? Waar was het web juist zwak? En wat lijkt er op het web dat ze eerder in de natuur hebben bekeken?
Benodigd materiaal
- Plantenspuit
- Bolletjes met wol
- Bomen, palen of stevige struiken om het web aan vast te maken
- Een afgebakende speelplek met ruimte om te rennen en te verstoppen
- Bedekkende kleding, tekenwerend middel, tekenpincet of -pen, en tekenregistratieformulier
- Optioneel zoekkaart of afbeelding van veelvoorkomende spinnenwebben
Veiligheid
- Houd rekening met teken wanneer je een bosactiviteit doet. Draag bijvoorbeeld bedekkende kleding of gebruik je een tekenwerend middel. Na afloop controleer je elkaar op teken, verwijder je een teek direct met een tekenpincet en registreer je de beet. Kijk voor meer informatie in het veiligheidsblad Teken.
- Denk ook aan risico's in het bos zoals de wolf. Check de website van Scouting Nederland voor meer informatie.
Tips
- Je vindt een Naturalis lesbrief, met een werken knipblad bij dit onderwerp en een powerpoint over spinnensoorten.
- Maak het tikspel makkelijker door minder tikkers te gebruiken of een kleiner speelveld te kiezen.
- Deze activiteit past goed in de herfst, omdat spinnenwebben dan vaak goed zichtbaar zijn door dauw.
- Wil je rustiger aan de slag met spinnenwebben en natuurmaterialen? Kies dan voor Webben weven, waarbij de welpen echte webben bekijken en daarna een eigen web met spin maken.