Waarom / doel van de activiteit
Breng de omgeving in kaart en ontdek welke planten en diertjes in verschillende ecotopen leven.
Beschrijving van de activiteit
Een ecotoop is een klein stukje natuur met eigen kenmerken, zoals een bosrand, grasveld, slootkant, zandpad of vijver. Door bodem, licht, water en beschutting leven er overal andere planten en dieren. De deelnemers brengen verschillende ecotopen in kaart en onderzoeken wat daar leeft.
De omgeving verkennen
Laat de deelnemers in ploegen het terrein verkennen. Ze tekenen eerst een ruwe kaart van het gebied. Die hoeft niet perfect te zijn, zolang belangrijke herkenningspunten erop staan, zoals paden, water, bomenrijen, gebouwen, open velden en opvallende plekken.
Daarna zoeken de ploegen naar verschillende ecotopen. Elk ecotoop krijgt een eigen kleur, arcering of patroon op de kaart. Laat de ploeg ook een legenda maken, zodat duidelijk is wat elk symbool betekent.
Drie ecotopen onderzoeken
Elke ploeg kiest drie verschillende ecotopen om verder te onderzoeken. Bij elk ecotoop zoeken de deelnemers naar planten en dieren. Ze gebruiken hiervoor een zoekkaart, natuurgids of herkenningsapp. Laat ze rustig kijken onder bladeren, langs de waterkant, bij boomschors, tussen gras of op bloemen.
De deelnemers maken foto’s van hun vondsten. Bij elke foto noteren ze waar de vondst is gedaan, in welk ecotoop die leefde en hoe zeker ze zijn van de naam. Herkennen ze iets niet? Dan beschrijven ze kleur, vorm, grootte, gedrag en vindplek.
Vondsten vergelijken
Laat de ploegen hun kaart en vondsten aan elkaar presenteren. Bespreek welke planten en dieren op meerdere plekken voorkwamen en welke juist maar in één ecotoop zijn gevonden. Vraag waarom sommige soorten liever op een bepaalde plek leven. Is het daar natter, warmer, donkerder, beschutter of juist opener?
Sluit af met een korte terugblik. Vraag wat de deelnemers verraste, welk ecotoop het meeste leven had en welke plek ze voortaan anders zullen bekijken.
Benodigd materiaal
- Papier of de werkbladkaart uit de bijlage
- Potloden
- Kleurpotloden of stiften
- Zoekkaarten voor planten, insecten, waterdiertjes of bodemdiertjes
- Telefoon, tablet of camera om soorten te herkennen en foto’s te maken, optioneel
- Klemborden of stevige ondergrond om buiten op te tekenen
- Loepjes of potjesloepjes, optioneel
- EHBO-set
Veiligheid
- Spreek duidelijk af tot waar de deelnemers mogen lopen, zeker bij water, wegen of onoverzichtelijk terrein.
- Laat deelnemers niet rennen of duwen langs waterkanten of gladde oevers.
- Laat dieren alleen kort bekijken en zet ze daarna direct terug op de plek waar ze gevonden zijn.
- Pluk geen planten die beschermd zijn of waarvan de deelnemers niet zeker weten wat het is.
- Controleer na afloop op teken als de deelnemers door hoog gras, struiken of bos hebben gelopen.
- Gebruik herkenningsapps als hulpmiddel, maar voorkom dat deelnemers tijdens het lopen vooral op hun scherm kijken.
Tips
- Kies vooraf een gebied waar minimaal drie duidelijk verschillende ecotopen te vinden zijn.
- Maak het eenvoudiger door de ecotopen alvast aan te wijzen en de deelnemers vooral planten en dieren te laten zoeken.
- Maak het uitdagender door ook bodemsoort, vochtigheid, licht en menselijke invloed te laten vergelijken.
- Laat explorers of roverscouts hun bevindingen verwerken in een kort natuuradvies voor het terrein of clubhuis.
- Gebruik de foto’s na afloop voor een kleine tentoonstelling, quiz of digitale soortenkaart van het eigen Scoutingterrein.
- Bij regen kan de activiteit doorgaan als korte veldronde, gevolgd door het herkennen en ordenen van foto’s binnen.