Waarom / doel van de activiteit
Teken een natuurafbeelding klein op papier en vergroot die met stoepkrijt op schaal op het plein.
Beschrijving van de activiteit
Op een plattegrond staat de omgeving klein afgebeeld, maar wel in de juiste verhoudingen. Dat noem je ‘op schaal’. Zo betekent 1:10.000 bijvoorbeeld dat 1 centimeter op de kaart in het echt 10.000 centimeter is, oftewel 100 meter.
De scouts oefenen hiermee door een eenvoudige natuurafbeelding te vergroten. Ze kiezen bijvoorbeeld een dier, herfstblad, bloem of boom en tekenen die klein na op papier. Ze kunnen ook een kleurplaat als voorbeeld gebruiken.
Daarna meten ze de stoeptegels op het plein. Zijn de tegels 30 bij 30 centimeter, dan tekenen ze op hun papier een raster van vakjes van 3 bij 3 centimeter. Zo wordt elk vakje buiten tien keer zo groot als op papier.
Met een geodriehoek trekken de scouts het raster netjes over hun tekening. Daarna tekenen ze de afbeelding vakje voor vakje met stoepkrijt na op het plein. Door steeds goed te kijken wat er in elk vakje staat, groeit de kleine tekening uit tot een grote stoepkrijttekening.
Bespreek na afloop wat goed werkte. Welke vormen waren makkelijk over te nemen? Waar moesten de scouts extra goed meten of kijken? En lijkt de grote tekening nog op de kleine versie?
Benodigd materiaal
- Kleurplaten
- Stoepkrijt
- Plein met stoeptegels
- Pen en papier
- Rolmaat
Veiligheid
- Spreek af waar getekend mag worden, zodat deelnemers niet op een weg, fietspad of parkeerplaats terechtkomen.
- Gebruik stoepkrijt alleen op plekken waar dit mag en makkelijk wegspoelt.
Tips
- Laat jongere scouts werken met een kant-en-klare kleurplaat en oudere scouts zelf een natuurafbeelding tekenen.
- Werk in ploegen als je scouts ook wilt laten oefenen met samenwerken of als er niet genoeg stoeptegels zijn voor iedereen om individueel te tekenen.
- Neem bij een wandeling eens een kaart mee en vergelijk afstanden op de kaart met afstanden in het echt.