Waarom / doel van de activiteit
Speel Twister tussen twee speelvelden en blijf in balans terwijl handen en voeten alle kanten op moeten.
Beschrijving van de activiteit
Bij upside-down-twister speel je Twister niet alleen op de grond, maar ook tegen een tweede speelveld boven je. Daardoor wordt het spel een stuk uitdagender: deelnemers moeten steeds kiezen of ze hun hand of voet op het onderste of bovenste speelveld zetten.
Maak twee gelijke twistervelden. Gebruik hiervoor twee stevige kleden, zeilen of doeken. Zet op beide velden dezelfde gekleurde vakken in rood, geel, blauw en groen. Dit kan met verf, tape of stevig vastgezet gekleurd materiaal.
Leg één twisterveld op de grond. Sla vier stevige palen in de grond en span het tweede twisterveld daar horizontaal boven, met de gekleurde vakken naar beneden. Houd ongeveer één meter ruimte tussen de twee velden. Controleer of het bovenste veld strak genoeg hangt om handen en voeten tegen te zetten, maar niet zo strak dat deelnemers zich eraan kunnen optrekken.
Speluitleg
De deelnemers spelen tegelijk of in kleine groepjes, afhankelijk van de grootte van het speelveld. Iedereen begint rondom of op het onderste twisterveld. De spelleider noemt steeds een ledemaat, een kleur en een speelvlak. Bijvoorbeeld: “linkerhand op rood boven”, “rechtervoet op blauw onder” of “linkervoet op geel boven”.
De deelnemer moet het genoemde ledemaat op een vrij vak van die kleur plaatsen. Wie omvalt, met een knie of elleboog op de grond komt, of een vak loslaat zonder opdracht, is af. Speel door tot er één winnaar overblijft of laat de deelnemers in korte rondes spelen.
Spelverloop
Begin met eenvoudige opdrachten, zodat iedereen kan wennen aan het spelen tussen twee velden. Gebruik eerst vooral handen op het bovenste veld en voeten op het onderste veld. Maak het daarna moeilijker door ook voeten op het bovenste veld en handen op het onderste veld toe te staan.
Bij een grote groep kun je meerdere korte rondes spelen. Laat steeds een klein aantal deelnemers tegelijk spelen en laat de rest aanmoedigen of meedenken over slimme houdingen. De winnaars van de rondes kunnen daarna tegen elkaar spelen in een finale.
Bespreek na afloop kort welke houdingen lastig waren, hoe deelnemers hun balans hielden en wanneer samenwerken, overleggen of ruimte geven belangrijk werd.
Benodigd materiaal
- Twee stevige twistervelden of grote kleden
- Vier stevige palen
- Touw of spanbanden
- Haringen of ander bevestigingsmateriaal
- Verf, tape of gekleurde vakken
- Twisterdraaischijf of kaartjes met opdrachten
- Zachte ondergrond of valmatten
Veiligheid
- Controleer of het bovenste veld, de palen en de bevestigingen stevig vastzitten.
- Zorg ervoor dat als mensen op elkaar kunnen vallen dit veilig kan en mensen hierop zijn voorbereid.
- Haal waardevolle spullen uit broekzakken en speel het liefst zonder schoenen.
Tips
- De ronde, gekleurde twistercirkels teken of verf je per kleur op één rij. Van oorsprong zijn er 4 kleuren (2 handen, 2 voeten): rood, geel, groen en blauw.
- Draai muziek met een goede beat.
- Bij het centraal magazijn van Scouting Nederland kun je mogelijk aan 2 megatwisterkleden komen.
- Maak het spel makkelijker door alleen handen op het bovenste veld te vragen.